Snow combs

 

Spreek het maar eens uit. Snoeuw coeumbsz, bekt lekker, romig. Wat zijn het ook alweer voor dingen? Eerst maar eens kijken bij mijnwoordenboek.nl, maar die heeft geen enkele vertaling ervoor. Als ik het woord google, zie ik bij ‘afbeeldingen’ haarkammetjes met ijsachtige frutsels en als ik dan nog verder kijk, zie ik ‘Snow Comb for Cross Country Skiing’ staan, het object zelf lijkt op een kam en het is mij niet helemaal duidelijk waar het precies voor dient. Ja, een soort ski-object. En ik dacht nog wel dat het een gebakje was, in eerste instantie.. Ga ik daar op googelen, blijkt dat er kammetjes voor gebak zijn. Zonder snow. Er zijn dan wel snowskin mooncakes. Probeer dat maar een paar keer te zeggen, uw tong raakt in de knel.

snow-comb

Een snow comb – vermoedelijk om mee te skieën, een alternatief voor een snow board? Ook mogelijk iets om sneeuwvelden mee te kammen – mooooooie streepjes, why not?

Afijn, kent u dat? Er rolt een woord van uw harde schijf, als iemand een vraag stelt waarvan u niet eens zeker weet of u het antwoord weet. En hoppelepop (ja, dat woord bezig ik nog steeds, ook al zijn mijn kinderen inmiddels boven de 12 jaar), daar zegt u ineens iets waarvan u later mogelijk achter uw oren krabt. Onlangs vroeg iemand mij wat ook alweer het huishouden doen in het Frans is. Zonder na te denken, antwoordde ik: ‘faire le ménage’ – alsof het niet al een tijd geleden was dat ik in het Frans had geconverseerd, laat staan de term had gebruikt. Faire le ménage is immers niet zo mijn ding, zoals de meesten wel weten. Niet dat het zo’n smeerboel is bij mij thuis, maar de stofzuiger, l’aspirateur – die moest ik even opzoeken – gaat lekker lang mee.
Overigens kan ik me nog de reclame herinneren met een stofzuiger die allemaal beestjes opzoog. Beestjes?!?! Ik gruwde onmiddellijk van het idee, stof is toch gewoon dood spul? Stof is stof, for godsakes. Don’t mess with me! Afijn, nooit naar Micropolis bij Artis gaan als je niet de huisvrouw van het jaar wilt worden. Horror! Je koopt waarschijnlijk elke week een nieuwe tandenborstel, dat soort dingen. Het zal inmiddels een half jaar geleden zijn, misschien langer,  dat ik er ben geweest. Nog steeds staat het op mijn netvlies gegrift, ook al probeer ik de opgedane kennis uit alle macht te vergeten.

Maar ik dwaal af. Dat woorden zomaar opduiken, vanuit het niets. Overigens gebeurt dat ook als ik mijn mening moet onderbouwen. Of ik heb een grandioos talent voor uit mijn nek lullen -excusez le mot- of ik tap uit een geweldig onderbewustzijn, danwel een collectief oergeheugen. Ik denk zelf het laatste alhoewel de pragmatici om mij heen en wellicht wat lezers het hoofd zullen schudden om zoveel dommigheid. Natúúrlijk klets ik uit mijn nek. Je hebt toch Rietveld gedaan? Dat leer je daar toch? Hoe moet je anders je kunst verdedigen, als je niet mag zeggen dat het mooi is?

‘Ik heb gekozen voor het materiaal hout, omdat dit materiaal het oergevoel weergeeft en de harde weerklank heeft van de mens. De vormen die ik er aan vast heb geplakt, zoals dit vergiet, staat voor alle energie die verloren gaat door de verharding van de maatschappij. Ik wil hiermee een statement maken dat de mens aan zachtheid inboet en dat dat een groot verlies is. De organische ronde vorm is de gevangen ziel van de mens.’

Nouja, het kan nog beter. Erger, bedoel ik dan.

snow-skin-mooncakes

Snow skin moon cakes

De kunst van het bazelen, daar ist-ie weer. Met een UvA-collega bedacht ik nog, en ik weet niet of ik het me nog juist herinner, wederom een leuke boektitel: de kunst van slagvaardigheid. Niets leukers dan boektitels bedenken. Het plot. Maar het dan helemaal gaan schrijven, tja, dat duurt me dan weer te lang. Liever dit soort korte bazelstukjes.
Wat ik ook lekker vind om te zeggen is ‘silly git’, waarbij de t een t-d wordt. Alsof je verkouden bent, zegmaar. ‘Go-getter’, uitgesproken met de Britse t is veel leuker dan hoe het eigenlijk hoort.

Hm, ik kom eigenlijk alleen maar met Engelse woorden. Er zijn toch heus wel Nederlandse woorden die ik graag over mijn tong laat rollen?
Ik heb wel een heel rijtje van lievelingswoorden die ik graag bezig. Overigens het werkwoord bezigen wordt door mijn kinderen vol afschuw aangehoord en antiek verklaard. Nu is bezigen ook wel wat minder in schwung – oja, die is fijn, schwungggg – maar is moderner dan het werkwoord dorsten. Dat iemand iets niet dorst te toen. Durven, schroom hebben. Maar dat woord gebruik ik eigenlijk niet. Het komt er eigenlijk op neer dat, als mijn kinderen het woord niet kennen, ze daarmee besluiten dat het antiek is en dat ik daarom onmiddellijk moet stoppen met dat soort woorden in zinnen stoppen.
‘Normaal praten, mam!’

Even terug naar Nederlandse woorden die lekker bekken.
Bullebakken bekt wel lekker. Het woord natuurlijk. Van het type moet ik niks hebben, evident. Het werkwoord snoeien. Het gebak Babka, waarbij je de laatste a zo’n beetje in slikt. Polverones, overigens ook categorie Spaans gebak (anijskoekje), maar ja, dus Spaans. Wellicht zou ik een lijstje kunnen maken, die ik af en toe aanvul. Is dat nuttig? Welnee. Maar dan dus ter verpoos ende vermaeck, om te onstijgen aan de benauwende sleur des levens.

 

 

  

 

 

Geplaatst in Gebazel, Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

The Bedfellow

(een fragment)

“Nog een petit-four?” hoort hij Vaerle van Daoís zeggen. Ze houdt de schaal voor Myrthilea’s neus. Jahoor, ze pakt er nog een. Wat is het toch een gulzig mens. Het is een wat kleiner gezelschap bij de picknick, ze zijn met zo’n tien man neergestreken, exclusief het personeel dat met de manden sjouwt. Helaas maakt Myrthilea ook deel uit van het gezelschap, het voelt wat ongemakkelijk. Ze is ook wat stiller dan vanochtend, trekt afwezige glimlachjes, onder andere naar Davyi die erg zijn best doet om wat meer respons te krijgen.

Onwillekeurig valt zijn oog telkens op haar, ze blijft zijn aandacht trekken. Zij probeert juist weer zijn blikken te ontwijken, voelt zich duidelijk erg ongemakkelijk. Begrijpelijk, zijn verloofde zit naast hem. Fiorlíaine converseert ook nog eens uiterst saai over de bloemen in haar tuin. Is ze eigenlijk altijd al zo saai geweest?
“Nou, Fiorlíaine, nu heb je alle bloemen volgens mij wel gehad. Probeer ook eens zo’n petit dinges.” Hij biedt haar de schaal aan.
Ze schudt afkerig haar hoofd. Natuurlijk is ze hierin beheerst, neemt absoluut niet meer dan goed is voor het lichaam. En suiker is een doodzonde, daarom drinkt ze haar thee ook zonder. Bij de vraag of ze het wel lekker vindt, geeft ze een vreemde blik. Alsof dat er in het geheel niet toe doet. Met een zucht zet hij de schaal weer neer.
“Maar nou zou ik ook nog eens graag een pruimenboom in de tuin willen hebben, maar ik heb geen idee hoe dat..”
“Het is ook de tijd van het jaar voor pruimen! Die vind ik altijd erg lekker.. Volgens mij staat hier ook nog een pruimengebakje,” interrumpeert hij haar. Ze moet echt eens ophouden, nog even en hij valt ter plekke in slaap!
Haar nijdige blik doet hem wat vrolijk opschrikken. Hij probeert een glimlach te verbijten, maar het is lastig. Onwillekeurig kijkt hij weer even naar Myrthilea en vangt haar blik op. Snel kijkt ze weer van hem weg.
“Ik wil eigenlijk wel weer terug naar de villa, ik heb het een beetje koud.” Fiorlíaine kruist demonstratief haar armen om haar bovenlijf. Ze heeft het koud? Het is helemaal niet koud. Is ze gepikeerd omdat hij haar eindeloze opsommingen onderbrak of is het haar opgevallen hoeveel hij naar Myrthilea keek?
“Gabriel, ga je mee?”
Hij fronst geïrriteerd, hij heeft echt nog geen zin om te gaan. Ze zitten ook nog niet eens zo lang. Waarom gaat ze niet in haar eentje terug, met een bediende of zo?
Lady Ginilla, een van de vriendinnen van de tante van Myrthilea, merkt zijn tegenzin om nu al te vertrekken kennelijk op. “Lady Eldeíll, ik zou met genoegen u escorteren naar de villa. Dan kan uw verloofde nog wat langer blijven en dan hoor ik nog graag welke bloemen u precies voor uw tuin hebt uitgezocht.”
“Ik ga mee, ter bescherming,” zegt Davyi dan ineens. “Het is niet veilig voor twee dames alleen.”

Voor hij het weet zijn ze vertrokken en is hij in een wat aangenamere setting beland. De opluchting zindert door zijn lijf. Zelfs die vervelende Davyi is opgerot. Myrthilea kijkt ook gelijk heel anders uit haar ogen, die is duidelijk ook opgelucht. Ze slaakt een tevreden zucht en gritst dan nog een petit-four van de schaal. Gulzigaard. Hij bijt op zijn lip, eigenlijk niks mis met gulzigheid.
“Vind je ze lekker of zo?” vraagt Gabriel haar, merkt dat zijn stem wel erg laag is. Het klinkt een tikje wellustig, hopelijk hoort het gezelschap dat niet. Ze kijkt op en hij glimlacht geamuseerd.
Ze glimlacht terug. “Ik ben dol op zoetigheden. Als ik iets lekker vind, kan ik er erg moeilijk van afblijven.”
“Dat is ook wel erg lastig,” reageert hij. “Om er van af te blijven.” Een heerlijk dubbelzinnig antwoord op een dubbelzinnig klinkende opmerking.
“Elke petit-four is weer zo lekker,” stuurt ze de conversatie naar het originele onderwerp terug.
“Zeer verleidelijk,” beaamt hij. “Ik denk dat ik ook maar weer overstag ga.” Hij gritst een petit-four van de schaal en snoept het dingetje gulzig op. De suiker tintelt op zijn tong, de boter doet het zalige hapje makkelijk wegslikken.
Vaerle van Daoís kijkt hem bevreemd aan. “Gabriel, ik heb je geloof ik nog nooit zo.. verlustigd zien eten.”
Hij trekt onaangedaan zijn wenkbrauwen op. “Misschien hangt er iets in de lucht.” Hij besluit er nog een te nemen. Zijn hand gaat weer richting de schaal en hij smikkelt er nog een op. Likt uitgebreid zijn plakkerige vingers af, voelt hoe Myrthilea hem een tikje wellustig aanstaart. Een heerlijk gevoel.
“Of de gulzigheid van Myrthilea is besmettelijk,” voegt hij er op luchtige toon aan toe.
“Nouja!” zegt ze verontwaardigd.
Hij grijnst van plezier. God, wat voelt hij zich ineens geweldig. Ontspannen, tevreden, opgewonden op een fijne manier. Vrolijk. Hij hoort haar ook in de lach schieten.
“Gabriel!” zegt haar tante vermanend, lijkt zowel licht geshockeerd als geamuseerd.
“Vearle!” reageert hij op precies dezelfde toon naar haar. Beduusd schiet ze in de lach.
Gabriel trekt een lome, geamuseerde glimlach. Kijkt dan naar die leuke vrouw met wie hij per ongeluk heeft gevreeën. “Nog wat champagne?” biedt hij haar aan.

“Zal ik dat nou wel doen?” vraagt ze. Zonder verder af te wachten, pakt hij de fles en schenkt haar glas vol. Vult eveneens het glas van haar tante, Naullínn, hun gastheer Neóc van Ioss en het wat oudere echtpaar Sínn en Aerdall van Messín. Deze zaten niet te piepen dat ze het koud hadden en lijken erg te genieten van de picknick. Hij heeft ze even gesproken tijdens het borreluur voor aanvang van het eerste diner. Sínn had hem waarschijnlijk bijna een schop verkocht omdat hij zo ongeïnteresseerd was en telkens wegkeek. Op het eind van het borreluur kwam er tot zijn verrassing een werkelijk goed gesprek, de man bleek humor te hebben. Aerdall leek hem een wat strenge vrouw, hij heeft niet echt met haar gepraat.
Hij doet net alsof hij niet merkt dat Sínn en Aerdall een scherpe, geamuseerde blik op hem werpen. Ze zullen zich inderdaad wel afvragen wat hem ineens bezielt. Hij weet dat dat Myrthilea is, o god, die vrouw… Maar het zal hem een zorg zijn wat het gezelschap over hem denkt.
“Hoe heb je eigenlijk je verloofde leren kennen, Gabriel?” vraagt Sínn.
Hè bah, moeten ze het nu echt over zijn verloofde hebben? Ze is net weg, de lucht is opgeklaard. Hij heeft echt helemaal geen zin om het over haar te hebben. Hij slaakt ook een onwillige zucht. “Op een of ander saai feest. Ze was de dochter van een van mijn zakenpartners.” Zo. Klaar. Volgend onderwerp.
“Komt ze uit het Zuiden, omdat ze het zo snel al koud had?”
Hij knikt. “Maar dan nog. Het is nu helemaal niet koud.”
“Ik ben blij dat die hitte weer voorbij is, deze temperatuur is veel beter uit te houden,” voegt Myrthilea toe. Kennelijk hoeft zij het ook niet over zijn verloofde te hebben. Ze krijgt gelijk een priemende blik van Aerdall toegeworpen.
“Voel je je weer wat beter, Myrthilea? Je was zonet zo.. stil.”
“Misschien is het de suiker die me weer wat energie geeft,” smoest ze, met een idioot gezicht. Aerdall snapt waarschijnlijk niet helemaal hoe de vork in de steel zit, maar heeft wel iets door. Neóc knikt afwezig, alsof het hem werkelijk niet interesseert waarom Myrthilea zonet stil was en nu niet. Gabriel ziet tot zijn plezier haar gefascineerd naar de donkere en enorm borstelige wenkbrauwen van Neóc kijken. Het is echt een afdakje, de regen zal niet zo snel in zijn ogen druppen.
“Ik heb niet zoveel gegeten bij het ontbijt,” voegt ze er nog aan toe.
Hij schiet in de lach en verslikt zich daardoor half in zijn champagne. Hij proest per ongeluk de slok uit. Hij heeft gezien hoeveel ze zat te eten, dat was niet weinig. De vrouw heeft een flinke eetlust. Maar goed, ze zocht een excuus. Beter zoiets zeggen dan dat ze de groep vertelt wat er werkelijk aan de hand was.
“Pardon,” mompelt hij, zonder verdere uitleg. Gaat er maar eens bij liggen, met zijn hoofd leunend op zijn opgerolde jasje. Strekt zijn arm uit om een aardbei te pakken. Wat is het lang geleden dat hij zich zo.. goedgeluimd voelde.
Ze keuvelen wat door, niet meer over zijn verloofde. Op een gegeven moment gaat het gesprek over een vervallen kerkje, die verderop bij het beekje staat. Hoewel het niet meer wordt gebruikt en ook niet meer wordt onderhouden, schijnt het allerschattigst te zijn.
“Ik wil wel even kijken,” zegt Myrthilea. “Wil er nog iemand mee?”
Natuurlijk wil hij mee! Al wilde ze zelfs een stal vol met koeien gaan bekijken, als het maar met haar is. “Ik wil het ook weleens zien. Jullie kennen het kennelijk allemaal wel?”
De anderen knikken. Gelukkig. Kan hij fijn met haar alleen op pad. Sínn trekt wel een vreemde glimlach, die man heeft waarschijnlijk wel wat door.
“Kom Myre, dan gaan wij even met z’n tweeën kijken.” Waarom kijkt ze hem nou zo vreemd aan?
“Je durft me al Myre te noemen?” grapt ze dan. “Zo zeg.”
Hij realiseert zich nu pas dat haar Myre noemen nogal intiem over kan komen en dus impliceert dat ze elkaar beter kennen. Hoeveel beter moeten ze echt niet weten! Hij grijnst maar even een beetje schaapachtig. Hij wil haar ook dolgraag beter leren kennen, in de breedste zin van het woord. Het feit dat hij verloofd is zeurt even door zijn hoofd, maar hij drukt de gedachte snel naar de achtergrond.
Naullínn kijkt erg blij rond, ze voelt misschien dat er iets gaande is tussen Myrthilea en hem. “Ga maar, wij oudjes blijven hier,” zegt ze nog, waardoor de rest van het gezelschap gelijk gaat sputteren dat ze nog helemaal niet oud zijn en dat ze enkel voor zichzelf moet spreken als ze iemand oud wil noemen.
Dus loopt hij met Myrthilea naar het kerkje. Het is wat onwerkelijk, het groepje is al uit het zicht en de omgeving wordt steeds mooier en mysterieuzer. Myrthilea ontdekt een pad, bedekt door mos, en daardoor bijna onzichtbaar . Hij hoort vlakbij gekabbel van water, het beekje is in de buurt. Het kerkje zal ook niet ver meer zijn. Ze zwijgen al de hele tijd, maar het voelt niet vervelend. Op de een of andere manier is het niet nodig om iets te zeggen.

Het kerkje doemt dan uiteindelijk voor hun neus op. Het is vooral erg begroeid, de deur ontbreekt en er zit een gat in het kleine torentje. Enthousiast loopt Myrthilea het kerkje in, hij volgt haar gewillig. Ze is zo mooi en haar enthousiasme maakt haar werkelijk onweerstaanbaar.
“Dit is werkelijk prachtig!” roept ze enthousiast uit.
“Jij bent prachtig,” bast hij en pakt haar bezitterig van achteren beet.
“Gabriel..” protesteert ze halfslachtig, nestelt zich tegen hem aan.
“Het gekke is.. dat ik me geen moment heb verveeld in je gezelschap. Zelfs niet toen we net zwijgend hiernaartoe liepen.”
“Ben je zo snel verveeld?” zegt ze, een beetje hijgerig. Misschien omdat zijn handen over haar billen glijden.
“Ik weet het niet. Geloof van wel, ja.”
“Of je hebt vaak saai gezelschap,” oppert ze droogjes.
Zijn mond valt open van vrolijke verontwaardiging. “Jij durft! Mijn verloofde saai noemen?”
“Waarom hou je mij anders vast?” kaatst ze terug. Ai, dat steekt. Zijn geweten speelt op en hij laat haar meteen los. Als hij niet langs was gekomen die nacht, was ze waarschijnlijk iets met Davyi begonnen, ondanks het wakend oog van zijn moeder. […]

Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

Neem me mee

Want niets is wat het lijkt en
ik laat niets merken
Zou wel willen
maar enkel als jij ook mij ziet
Anders hoeft het niet

Je kunt het wel aan me zien
als je me kent
En je nieuwsgierig bent

Niet teveel
slechts een beetje
Met beleid
zodat ontsnappen niet meer mogelijk is.

Lente-achtergronden-lente-wallpapers-8

 

 

Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

Den Ochtend

Een vreemd gevoel, zo ‘s ochtends vroeg al op mijn computer aan ’t tikken. Niet ongewoon an sich, hele meutes scharen zich rond half 9 bij de computer. Als fervent avondmensch is het voor mij echter ongewoon om op mijn vrije dag ook al rond deze tijd up&running te zijn. Fris gedouched en met ontbijt bij mijn laptop, even het nieuws online lezend.
Hoe komt dat zo? In eerste instantie door mijn aanbouw en de mannen die elke werkdag om 8 uur weer verder willen bouwen. Heel fijn dat ze het doen, en zeker zin in de aanbouw! En inmiddels ambieer ik ook rond half 9 op mijn werk te zijn.

Maar dus vroeg op mijn vrije dag mijn bed uit? Bijzonder en in tweede instantie dus omdat ik heb ontdekt dat er dan meer uren in een dag zitten en ik dat best prettig vind. Een groter gevoel van productiviteit, vooral. Goh, het is pas 9 uur en ik heb al van alles gedaan.

Echter, en ondanks mijn 8 uurtjes slaap die ik door op een veel nettere tijd naar bed te gaan heb weten te pakken, zit ik toch weer na drie kopjes koffie twee uur later alweer te knikkebollen. Waarom dat is, snap ik niet. Hoor ik dan ook nog een te rustig muziekje, voel ik hoe de slaap me alweer trekt. Wat een onzin, ik heb acht uur slaap gehad, we gaan hier dan natuurlijk niet aan toegeven. Ik heb juist het gevoel dat ik nu veel tijd heb voor mijn creatieve dingen, niet enkel dat vervelende huishouden die ik zo marginaal mogelijk uitvoer. Maar gelukkig is het tijd om koffie te zetten voor de mannen. Nouja, vandaag is er maar een en vermoedelijk ga ik het tweede kopje zelf opdrinken.
Ik heb weleens gehoord dat je ook kunt gapen, slaperig kunt worden, doordat je te weinig vocht in je lichaam hebt. Dus bij deze giet ik mijn glas water, die al paraat staat, in een keer naar binnen. Hm, het scheelt een beetje.

Als ik dan lees over creatieve geesten met strakke rituelen en barre ochtendritmes, huiver ik van ontzetting. In het boek “Dagelijkse rituelen; hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken” van Mason Currey staan godzijdank ook avondgeesten en zelfs nachtspoken.

Dat doet me dan weer deugd. En hoewel ik zeg avondmensch te zijn, ben ik waarschijnlijk een middagmens, piekend rond tea time. Het is wel leuk om stil te staan bij de vraag of ik zelf ook rituelen heb, maar ik kom dan toch niet met een bijzonder antwoord. Een verstilde omgeving, muziek waar de eeuwigheid doorheen klinkt (zoals de eerder genoemde oriëntaalse duduk) en wellicht een wierookje. Ik ben dan een en al sereniteit en toewijding. Af en toe slaak ik weleens een hartgrondige vloek, bijvoorbeeld als iets na een paar geduldige pogingen ineens misgaat. Maar geen kip die daar last van heeft. Enkel de buren vragen zich dan mogelijk even af wat er in vredesnaam zo verschrikkelijk mis gaat.

Een minder serene activiteit waar ik ook hartgrondig en vooral hard tekeer kan gaan, is als ik iets wil pakken uit een van mijn nu zo volgestouwde keukenkastjes. Ik had het geheel à la Kondo leeggeruimd maar voor de aanbouw moest ik weer spul weg gaan zetten en dus van mijn netjes gesorteerde kastjes weer een rotzooi gaan maken. Voorheen was het ook weleens een godsverzoeking om er iets uit te pakken of zelfs in te zetten, maar nu helemaal. Het is absoluut zenuwtergend. Met gespannen tegenzin manoeuvreer ik dan een leeg tupperware doosje enigszins met beleid op een lege plek en bid dan dat het alsjeblieft blijft liggen. Negen van de tien keer flikkert er dan toch iets uit. Tot mijn verrassing weet ik me nog best vaak te beheersen, alhoewel ik ernstig veel zin krijg om het hele keukenkastje in elkaar te trappen. Dat is zonde natuurlijk, bovendien moet ik het repareren en dus probeer ik de ergernis van me af te zuchten. Soms vragen mijn kinderen vanaf de bank ‘gaat het wel, mamma?’ en dan grom ik ‘laat me maar even’. Soms vragen ze niets en dan roep ik geërgerd en onredelijk: ‘ja, gaat het wel, mamma?’ om er wederom grommend en een beetje theatraal achteraan te roepen ‘jahoor, niks aan de hand’. Mijn kinderen houden zich dan wijselijk stil.

Maar, daarom hoera voor mijn aanbouw, want ik kijk vooral uit naar het moment dat ik niet meer hoef te ‘stoeien’ met de keukenkastjes, of met overdreven veel beleid (zen in het dubbelkwadraat) andere dingen pakken. Voor een goed doel vind ik het ook niet zo’n punt om vroeg op te staan. En met een vierde kopje koffie ben ik eindelijk voorbij het knikkebollen, broeva haro!

Hopelijk krijg ik niet weer een existentiële implodatie, waardoor alles ineens zinloos lijkt. What’s the point? De dood in de pot, zoals je dan kunt zeggen. Een vreemd en vooral onwenselijk trekje in mijn dna, die niet bevorderlijk is voor productiviteit en een zonnig gemoed. Ik probeer dat altijd uit mijn hoofd te schudden, de ‘niet lulleh maar poetseh’ mentaliteit vast te pakken en te kiezen voor ‘exploderen’, hoeveel chaos dat dan ook geeft. Het houdt me in ieder geval wakker.

Geplaatst in Gebazel | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Knakwurs

Het is zo moeilijk. Verschillende dingen staren me aan, vragen om aandacht. Als ik het een doe, moet ik het andere laten. Of erna doen, natuurlijk. Niks voelt als prioriteit, en tegelijk alles. Vanochtend al dingen gedaan die echt moesten, ben geheel vrij in mijn keuze. Het is de vloek van mijn voorkeur voor afwisseling, ik weet het, ik val in herhaling met deze verzuchting.

Nu ik aan het schrijven ben geslagen – heel even dan! – kijken de dingen me zuur en teleurgesteld aan. ‘Je zou toch met mij spelen?’ – zo voelt het. Ja-ha maar! En hoewel huishoudelijke taakjes me zoals wel eens eerder genoemd me een doorn in het oog zijn, krijg ik er toch de kriebels van. Ik besluit nu ter plekke dat ik het ga negeren tot morgenochtend. En dat dit een heel kort stukje wordt, ik had immers zo’n zin om een maxirok te maken? Eentje die zo lekker zwiert en die je kan dragen op hete, zomerse dagen met een topje erop. Ik heb inderdaad zin in de zomer. Ja, zin, daar zit het ‘m ook in.

Ik zal een voorbeeld geven van de actuele situatie: er staan twee nepkaarsen waar verse batterijen in moeten, zodat ze weer fungeren als nachtlampjes in de kamer van mijn kinderen. Dan zie ik nog staan op mijn nieuwe To Do-bordje dat mijn schilder- en illustratiewerk van mijn studieperiode digitaal gearchiveerd moet worden, dat ik de OTTO nog moet betalen voor mijn nieuwe maar erg leuke vestje en overigens maar €29,95! Er ligt een kapstokhaakje die nog leuk bewerkt moet worden tot een zwarte antiek-look. Vervolgens ligt er een sierspeld die ik nog moet bewerken met hars, een stekker die ik even op moet ruimen. Een minion die al veel te lang op de tafel ligt te niksen. Een speldendoos die me herinnert aan de maxirok en oja, ik wilde ook nog even een joggingbroek annex homepants maken van een goedkoop lapje tricot. Zie ik ook nog een lijstje liggen met muzieknummers voor iTunes, en verderop ligt er nog was die opgevouwen en opgeruimd moet worden. Oja, gut, nog een verlangelijst maken. Maar dan moet ik nog tuinstoelkussens uitzoeken, want die wil op de lijst. De radiator van de badkamer moet nog gelakt worden, de laatstgebreide sjaal nog geperst en en en… – even ademhalen – en en en ik ga maar gewoon wat doen. O, wacht, ik ben natuurlijk al wat aan het doen. Dat vergeet ik weleens, als ik schrijf. Dat zie ik gek genoeg niet als iets doen.

Nu moet niemand zich zorgen gaan maken, ik ben niet van het multi-tasken en kan prima relaxen. Bij zoiets grijp ik vaak als een soort reddingsboei naar de pen. Maar het is duidelijk dat ik in feite personeel nodig heb. Die de was doet, de boel opruimt, kookt, mij kopjes thee brengt en saaie dingen regelt zoals een retour regelen van een kledingstuk. Die de deur open doet en de telefoon aanneemt.

Klinkt dat verwend? Nouja, gemakzuchtig misschien maar het lijkt me vooral heerlijk. En ja, wie zou dat nou niet fijn vinden? Worden de ramen tenminste ook eens gelapt.
Anyhoo, ik ben hier al lang genoeg mee bezig. Het is tijd voor andere dingen, en snel, voordat mijn energie weer op is! (Of voordat de dag weer voorbij is).

Hoewel ik in een vorig blog opperde dat ik wellicht een armlastige en oververmoeide dienstmeid was geweest in een vorig leven en daarom nu zo afkerig van huishoudelijke plichten, kan ik mij ook prima voorstellen dat ik juist een dame – of heer – op stand was en mij niet hoefde bezig te houden met zulke aardse werkzaamheden en er op neerkeek. Dat ik daarom prompt in mopperstand val als ik met een omslachtige huishoudklus bezig ben. Vervelende zaken liet ik wellicht aan anderen over terwijl ik mijzelf verwende met uitgebreide high tea’s, inclusief heerlijke taartjes en andere zoetigheden. Misschien verklaart dat ook mijn drang naar lichtvoetig gezwam: misschien deed ik weinig anders.

Kortom: te veel te doen, teveel ideeën voor één mens. Het is net een fontein in mijn hoofd. Oja, fontein. Dat is waar ook, die wil ik ook nog in mijn tuin, een emmertjes-fontein het liefst, en hoe en waar en en en …

en en en…

en en en…..

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , | Een reactie plaatsen

Van je af puzzelen…

VanDael-puzzel-g

Afbeelding | Geplaatst op door | Tags: , , , | Een reactie plaatsen

Nu ook al op eierdopjes??

Eidopjes LiLLa Pooh

Consequent in mijn organisch abstract, ditmaal op eierdopjes

 

Geplaatst in Creazione - LiLLa Pooh &zo | Een reactie plaatsen

Wie de wind waait, waait weg – de kracht van het onnavolgbare

Wie de wind waaitHoewel ik met regelmaat mijn neus in psychologische zaken steek, kan ik mij met dezelfde regelmaat ergeren aan hip gedoe rondom de menselijke geest. Een stukje rust vinden, mindfulness voor een gezonde balans. Even voor jezelf zorgen. Hoe je in je kracht komt. Een stukje van jezelf neerzetten. Burp. En nog een erge: ‘pas als jij van jezelf houdt, zal je je ware liefde vinden.’ Jemig, mag ik daar uit concluderen dat als iemand zijn of haar ware liefde nog niet heeft gevonden, die persoon nog stééds niet van zichzelf houdt? ‘Je hebt waarschijnlijk moeite met zelfacceptatie, negatieve overtuigingen, het masker durven af te zetten’, bla bla.

Steekhoudend? Geenszins. Ik zeg dan: bullshit. Een totaal niet hip wellness-woord. Heeft geen zen-lading. Slecht voor uw karma! Bullllshit bullshit bullshit. Zo doen we dat met karma. En dan lachen we even om onze eigen grap. Niet sympathiek maar erg lekker en het voorkomt het zijige gevoel dat snel de kop opsteekt bij dit soort hachelijke hypes. Karma is overigens wel een serieuze zaak, maar het is net als een spaarrekening: mocht er al veel van zijn opgebouwd, dan kunt u best eens een potje breken uit rebelsheid. Zo af en toe iemand een stomme trut vinden of een hartgrondige verwensing uitspreken naar een slome danwel egocentrische verkeersdeelnemer is zo erg nog niet, en is ook een lekkere en hartverwarmende verademing.

Ken ik nog meer van dit hip wellness-jargon? Vast wel, vast wel. Laat me eens denken. Nouja, ik moet toegeven dat ik omdenken niet zo erg vind. Dat komt ook vooral omdat ik het zelf al toepaste voordat het een naam had. Ik noemde het relativeren op het idiote af. Dat hoeft omdenken niet te zijn, je kunt het ook serieus aanpakken. Maar ik hou nu eenmaal van het idiote, het onnavolgbare. Eckhart Tolle heeft ooit een boek geschreven met de titel ‘De kracht van het nu’. Ja, die prijkt wel in mijn boekenkast. Maar wel naast het boekje ‘De kracht van het nu even niet’ van Ray Bennett, wat heerlijk de draakt steekt met het pretentieuze van het eerste boek. Dat ademt natuurlijk net zoals vele zelfhulp-boeken met een hoog spiritueel gehalte, ‘de maakbaarheid van je leven’ uit. In essentie niet verkeerd, maar lees teveel en je hebt een teiltje nodig.
Of minder ruig: een biertje of headbangen op een verdraaid fout eh bijzonder nummer van bijvoorbeeld Jan Smit. Hm, wacht even, dat wordt wel lastig. Goed, meezingen met Jan Smit. Of Nick en Simon. En headbangen kan wel op dat Thunderstruckmuziekje van AC/DC. Wat ik maar wil zeggen is dat enige rebellie in het leven wel verademend werkt. De schaapmodus (leuke en ladingdekkende term van mijn schoonzus) is weliswaar soms te adapteren bij bijvoorbeeld excursies, voor beslissingen qua inrichting van het eigen leven zeer onwenselijk, verfoeibaar, verwerpelijk.

‘De kracht van het nu even niet’ is ook een veel dunner boekje dan het origineel, maar ik heb veel meer gelachen. Het is inderdaad onzinniger maar gelijk ook meer nuchter en realistischer. Ja, dat kan. Wilde ik altijd zelf nog eens het boek ‘De kracht van onzin’ schrijven, was Jeffrey Wijnberg, psycholoog en een van mijn favoriete auteurs, me voor. Uiteraard heb ik dit boekje aangeschaft, als ik het dan niet zelf meer kon schrijven (althans: de titel niet meer kon gebruiken), dan moest ik het wel zelf even lezen. Het bleek meer om de ongerijmdheid van het leven te gaan, dit tegenover de zogenaamde maakbaarheid van het leven. De externe factoren zijn niet altijd beïnvloedbaar. En inderdaad, als je kiest voor meer sociale avondjes in je agenda, heb je minder rustige avondjes thuis. Als je in je carrière flink wilt doorgroeien, heb je minder vrije tijd en andersom. Dat zijn dus afwegingen waardoor sommigen zichzelf verwijten dat ze geen goeie partner zijn omdat ze geen zin hebben om mee te gaan naar feestjes. Of het gevoel dat je je potentie niet waarmaakt omdat je je vrije tijd zo koestert, knaagt aan je.

Mijn insteek zou anders zijn, zie titel van dit blog. Ik gedij zo vreselijk goed op onzin, op het idiote, dat ik vermoed dat ik in mijn vorige levens erg nare dingen heb meegemaakt of uitgespookt en wel klaar ben met grauwte en grimmigheid. Zegtu? Nou, dat ik vooral snak naar luchtigheid in plaats van zwaarte en ernst. Er valt heus een serieus gesprek met mij te voeren, maar de algemene toon is anders. Er zijn zaken die me zo omtrekken van verveling, waar ik acuut de dood in de pot bij voel. Implodering. Politiek, bijvoorbeeld. Management op hoog niveau: overleggen, lezen, vergaderen, dealtjes sluiten… urghh! Rondlopen in Almere of soortgelijke plaatsen doet ook mijn levenslustige hum de das om. Debatteren? Iemand overtuigen van mijn eigen visie? Hoezo? Laat toch iedereen denken wat hij wil. Natuurlijk heb ik ook mijn stokpaardjes en verontwaardiging over ellende in de wereld, laat dat duidelijk zijn. Laten we nog even doorgaan: naargeestige arthouse-films, dus zonder feelgood, zoals dat heet, wil ik ook niet zien. En strubbelingen in mijn eigen leven probeer ik met een idiote huppel* te overbruggen, voor zover dat lukt. Ik ben ook maar een mens, tenslotte.

Over die vorige levens: misschien was ik een arme arbeidster eind 19e eeuw en heb ik gewerkt tot ik er dood bij neerviel. Misschien heb ik wel eindeloos moeten poetsen, wassen en strijken. Zeer lange dagen moeten werken, de hele week door. Het zou mijn aanhoudende, hardnekkige weerstand tegenover het huishouden verklaren. Enkel te overbruggen met oppeppende muziek, om een huishouden van Jan Steen enigszins te vermijden. Het liefst natuurlijk met idiote muzieknummers, dat snapt u dan wel. Daar heb je dan weer ‘de kracht van het onnavolgbare’. Mogelijk noem ik het dan toch ‘de kracht van idiotie’ maar idiotie is weer een aangeboren onnozelheid, wat duidelijk en absoluut niet de lading dekt. Ik kom wel uit een ei maar zeker niet uit een kleurboek. En wat de betekenis van de titel betreft: die moet ik nog verzinnen. 🙂

*wellicht de titel voor een nieuw boek: de kracht van het huppelen!

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Rood

red-bloodDood
Ademnood
Dolkstoot
Goor stinkend brood
Kokosnoot
Botervloot
Een moot
Gebakken vis


(Te veel Games of Thrones gekeken)

Geplaatst in Diversch | Tags: , , | Een reactie plaatsen

Wit

Alle sneeuwvlokken op het hagelwitte pad
Hebben net hun eerste vlucht gehad
Ze snijden door de kou naar beneden
Vanuit de toekomst
Naar het verleden
Draaien en dwarrelen
Zo zacht lijkend
Maar vlijmscherp koud
Want vallen ze eenmaal neer
Dan is de vlucht voorbij
De eerste is gelijk de laatste keer
Daarna is er niets meer
Behalve het hagelwitte pad
Dat wit blijft
Zolang de kou heerst
En dan verandert het wit genadeloos in grijs
Het wordt bruut vertrapt
Vermengd zich met klei en vuil
Totdat het nog minder is
En minder
En ze niet meer iets zijn

Winter-achtergronden-winter-wallpapers-winter-landschappen-8

Geplaatst in Gebazel | Een reactie plaatsen