Wat ben je stil – waar denk je aan

Hij kijkt op. Is ze nou weer..? Een diepe, vermoeide zucht ontsnapt aan zijn lippen. Hij kan er echt niet meer tegen, de gedachte aan haar, telkens weer, verstikt hem. Het kan niet, het is onhandig. Maar haar stem, haar plagende glimlach brengt hem, hoe bakvisserig het ook moge klinken, in hogere sferen. Het duizelt hem dan, op een prettige manier. Hij voelt zich een beetje zenuwachtig als ze tegen hem praat, maar op een leuke manier. Want helemaal op zijn gemak is hij niet, hoewel hij bij haar wel helemaal zichzelf kan zijn. Als hij een boer zou laten, zou ze het niet waarderen, zeker niet. Maar ze zou haar wenkbrauw slechts optrekken en hem niet met een zuur hoofd terechtwijzen, zoals veel vrouwen dat kunnen. Een wereld van verschil.

Ze is zeker niet perfect. Natuurlijk zoekt hij eigenlijk de perfecte vrouw, een soort ideaalbeeld heeft hij wel. Maar het ideaalbeeld is bijgesteld, sinds hij haar kent. De ideale vrouw veroordeelt hem niet, betuttelt hem niet. Ze laat hem gewoon zijn wie hij is. Tsja, het lijkt een open deur maar hij heeft gemerkt dat veel vrouwen met wie hij geweest is, uiteindelijk toch op hem gaan vitten. Alsof ze niet kunnen hebben dat hij ook in zijn eentje prima gelukkig kan zijn. Alsof hij haar altijd nodig moet hebben, altijd naar haar moet hunkeren.
En als hij dan hunkert naar haar, en haar wil grijpen, gaat ze mokken. Als hij ergens niet tegenkan zijn het vrouwen die mokken maar niet zeggen wat er is. Gek wordt hij ervan. Onwillekeurig moet hij glimlachen. Nee, zij is waarschijnlijk niet zo. Zij maakt van haar hart geen moordkuil. En als hij haar zou willen grijpen, zou ze waarschijnlijk aangenaam verrast zijn en hem gewoon zijn gang laten gaan.

Het is vreemd, mijmert hij verder, dat zijn broer het juist ernstig fijn vindt als vrouwlief gewoon haar mond houdt over wat haar dwars zit. Hoe kun je in godsnaam op deze manier verbonden met elkaar blijven? Natuurlijk hoeft hij echt niet constant te kletsen, vindt hij zwijgen op zijn tijd ook reuzefijn. Daarom wil hij ook van tijd tot tijd gewoon lekker alleen zijn. Kluizenieren, noemt hij dat. Maar hij wil weten wat er in het hoofd omgaat van zijn geliefde, dat er geen dingen tussen hen komen. Dat kan natuurlijk gewoon in het kort, hij hoeft niet zozeer alle details te weten, wie zei wat, en dergelijke. Maar dat hij bijvoorbeeld sorry kan zeggen, en snapt waarom hij dat moet zeggen. En dat als hij voelt, dat hij niet schuldig is maar juist zij, ze haar ongelijk gewoon kan toegeven en ook sorry kan zeggen.

Zou deze vrouw hem wat ruimte gunnen? Deze ongrijpbare, onpeilbare maar tamelijk onweerstaanbare vrouw? Of zou ze hem willen opslokken met huid en haar? Misschien moest hij toch maar weer eens pogen om haar te strikken voor een drankje samen en onopvallend polsen, verpakt in een of ander flauwekulverhaal, hoe zij hierover denkt.
Natuurlijk, hij moet nog even wat anders afronden. Zijn gezicht betrekt. Een detail? Hm, was het maar een detail. Acute buikpijn is zijn deel, alhoewel de oorzaak hem toch een tijdlang gelukkig heeft gemaakt. Tot hij besefte dat het niet realistisch was om ervan uit te gaan dat relaties altijd rustig en makkelijk moesten zijn. Natuurlijk is een harmonieuze relatie prettig, maar gezonde frictie houdt een relatie wel wat levendiger dan de stille relatie die hij nu had. Nog heeft, eigenlijk. Technisch detail. Slechts een detail. Het afronden zal nog heel wat moeite kosten. In mentale zin, vooral. Hij zal haar leven aan diggelen slaan, ze zal er kapot van zijn. Maar hij kan niet anders.
Het besef dat een relatie best doods kan aanvoelen zonder frictie of enige spanning, dat een relatie dan voelt als een complete verstikking, deed hem ook realizeren dat een relatie met die andere vrouw, waarvan hij onbewust al wist dat hij iets teveel op haar gesteld was, misschien helemaal niet zo onmogelijk was als hij had gedacht.

Maar dan nog, hij weet nu wie hij wil. Maar wil zij hem wel? En praktisch gezien blijft het onhandig. Of is dat altijd zo? Verschuilt hij zich achter iets onbenulligs? Het kan niet, flitst hem weer door zijn hoofd. Is dit een angsthaas of een goeie raadgever?
Hij prikt in zijn gebakken ei, die al een tijdje op zijn bord ligt te wachten om verorberd te worden. Heeft geen idee hoe hij het moet aanpakken. Eerst maar wat eten, want op een lege maag nadenken kost hem altijd wat moeite. En daarna maar eens gaan broeden op een plan. Maar wel lui op de grote loungebank, die in zijn tuin staat. Met een drankje erbij en zijn laptop. En niemand die er zeurt – wat ben je stil waar denk je aan?
Tenzij zij deze tekst plagend in zijn oor zingt. Een grijns trekt over zijn gezicht. Dan zeurt er niemand.

Advertenties
Dit bericht werd geplaatst in Enigszins verhalend en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s