Zoveel te doen – ik moet nog hinkstapspringen op de maan

Het is weer zover, ik raak weer wat duizelig door mijn to-do lijst, de onrealistische omvang van al mijn voornemens dit weekend, terwijl ik zo mijn best doe om te downsizen met taakjes en klusjes en ‘gewoon superleuke tijdverpozen’. Taakjes als het glas eens wegbrengen, klusjes als eindelijk het deurkozijn in een tweede lak zetten en de superleuke dingen – die ik het liefst dus wil doen. Het woord superleuk gebruik ik meestal pesterig omdat ik vlak na mijn afstuderen graag wat geld binnen wilde harken en dat dat goed kon met uitzendklusjes – die had je toen nog veel. Hoe ik namelijk mezelf in de markt moest posteren wist ik niet, daar krabde ik mij nog een tijdje wanhopig het hoofd over doordat ik geen enkele praktische kennis had meegekregen van de Rietveld academie omtrent de zakelijke kant van het kunstenaarsschap. Praktisch is ook niet een woord waarmee je de academie typeert. Dat het uitzendbureau me vaak belde met ‘ik heb een superleuke klus voor jou!’ is erg blijven hangen, omdat het natuurlijk een slijmerige verkoopzin was om een klus op je bord te mikken. Dus tja, ik kan het pesterig bedoelen en een vuilniszak voor je neus houden, of ik vind het daadwerkelijk echt heel erg leuk.

Overigens ben ik niet normaal niet van de superlatieven, door mijn half-Groningse achtergrond. En wellicht heb ik dit eerder genoemd, maar als ik naar een feestje ben geweest en ik zeg dat ik het ‘best gezellig’ vond, dan is het een erg geslaagde avond geweest. Het betekent dus wel wat als ik overhel naar superlatieven zoals superleuk. ‘Het was echt heel erg leuk’ komt voor, evenals  ‘heel erg grappig’ maar echt geen ‘geweldig’, ‘fantastisch’ of ‘inspirerend’ (dit woord maakt me overigens zelfs licht misselijk, zeker als het met ernstige overtuiging wordt uitgesproken). Opmerkingen die ik ook nooit gebruik zijn bijvoorbeeld ‘ik ben helemaal in de wolken!’, ‘ik heb er zo’n zin in!’ of in de categorie idolaat: ‘ik vind Peter echt een hele bijzondere man, zo open en zo’n prachtige energie’. Getverdemme.

Maar! de superleuke tijdverpozen -zonder ironie en opgetrokken wenkbrauw- zijn vaak niet noodzakelijk, voegen in de regel weinig toe (tenzij ik weer eens een monomane reorganisatie-slag in de rondte maak; geeft altijd een fijn en opgeruimd resultaat en een zeer voldaan gevoel) en zijn dus puur voor mijn eigen vermaak, zoals het schrijven van dit stukje tekst. Ook youtube-filmpjes komen voor, omdat de aankondigingen in de rechterkolom ook altijd nieuwsgierig maken en je die ook dan maar even nog gaat kijken en zo ‘niks’ je zo een uurtje vol.

Ik zigzagde vandaag van de ene categorie naar de andere, inclusief een dutje buiten in de tuin (zaterdag 7 april, de eerste echte warme lentedag) waarna ik verkwikt verder ging met al mijn dingen. Na het avondeten sta ik meestal op hold, dan vind ik het wel welletjes geweest met mijn todo-dingen. Enkel de was (kan lekker op de bank) danwel een breiwerk (ik omarm de oma in mij) komt nog voor, als ik thuis blijf.
Toch jammer dat ik dan wel vaak de keuken nog moet doen, daar zou ik nog steeds graag een butler* voor willen hebben. Desalniettemin heb ik het genoegen mogen meemaken om in plaats van de afwaskwast een schuursponsje te gebruiken om af te wassen en het geeft warempel wel wat plezier aan het klusje.

En ik zal je niet vervelen door te vertellen hoeveel ik uiteindelijk te doen heb, of met een gedetailleerde lijst op de proppen komen, hoewel ik die wel natuurlijk heb – fijn in categoriën opgesplitst. Wel de songtekst van Toontje Lager – dat Erik Mesie zoveel te doen heeft. Herkenbaar, uitgezonderd 008 bellen en girokaarten bestellen – dat doet niemand meer. Doet me gelijk melancholisch glimlachen en herinnert me aan mijn voornemen om oude muzieknummertjes op iTunes op te sporen, wat ik nu dus lekker ga doen!

Superleuk.

*Het noemen van een butler is nu zodanig vaak voor gekomen, dat ik het als een bevestiging zie dat ik die vast in een vorig leven heb gehad. Daar zal ik een andere keer verder op in gaan.


Zoveel te doen – Toontje Lager

M’n boodschappen nog doen 
En straks de vuile was 
M’n haar dat wil ik groen 
Maar dat kan morgen pas 
De huur nog overmaken 
En de tandarts zometeen 
Naar Valkenburg of Aken 
Waar moet ik dit jaar nou weer heen 
008 Bellen 
Had ik dat boek nou uit of niet 
Girokaarten bijbestellen 
Vergeet de vuilniszakken niet 
Die afspraak was veranderd 
En, oh, verrek, dat feest 
Naar de nieuwe van Fellini 
Ben ik gelukkig al geweest 
Ik ben geweest 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet de zon in Japan onder zien gaan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet het oerwoud eens in bloei zien staan 

Met m’n vriendin moet ik praten 
Over de rol van man en vrouw 
Sinterklaasgedichten maken 
Hoewel, het is pas juni nou 
De krant ligt nog te wachten 
Ik moet wat doen aan sport 
Slapeloze nachten 
Want de dagen zijn te kort 
Ze zijn te kort 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog eens wat jatten van een Italiaan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog zwemmen in de Stille Oceaan 

M’n bed moet ik verschonen 
Ik moet naar de WC 
Belastingformulieren 
Te laat zo’n week of twee 
Ik zou langs bij haar vanavond 
Of kwam ze nou bij mij 
M’n agenda moet ik bijhouden 
Maar ik heb te weinig tijd 
Te weinig tijd 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog hinkstapspringen op de maan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet hier ooit nog eens vandaan 

Ik moet de zon in Japan onder zien gaan 
Ik moet het oerwoud eens in bloei zien staan 
Ik moet nog eens wat jatten van een Italiaan 
Ik moet nog zwemmen in de Stille Oceaan 
Ik moet nog hinkstapspringen op de maan 
Ik moet hier ooit nog eens vandaan

Advertenties
Geplaatst in Diversch, Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Dienamies

 

 

 


All is quiet 

On Newyears day

Iiiiiiiiiiiiiiiii 
Will be with you again

Iiiiiiiiiiiiiiiii 
Will be with you ahaha-gain

Tieeeeuw dieeeeeeeuw dieuw diediedieuuuuuuuwwwww

(U2, met wat voor nummertje ook alweer? New Years day? Of All is Quiet? Of I’ll be with you again? Of tieuw dieuw dieuw diediediwu?)

– Nieuwjaarsdag: zeg Woltjer, het is al 29 januari. Een beetje laat voor een nieuwjaarskickoff. Maar: het ís nog wel januari! En dan mag het. Vind ik.
En zo is het dan.

We doen net alsof we jong zijn, razende roeltjes, tijd staat aan onze kant, de wereld is van ons! Ook over 2018 roepen we: dienamies!!! – terwijl we door een kwezelig virus die ons als een vervelende stalker maar niet met rust laat, zo de eerste maand van het nieuwe jaar in strompelen. We ontkennen onze zwakte, roepen ‘broeva haro!’ en dan vinden wij onszelf vooral heel erg: dienamies!

I rest my case. (IJzersterk, ik weet het.)

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Als ik maar (overweldigende zucht) van je mag houden

Zuchten, een fijne bedoening. Heb eerder ook weleens over variabelen gesproken, ik noem de gefrustreerde zucht en de weldadige zucht. Nu is er een ook nog een smartelijke zucht, waarin het dubbele gevoel van de zoete kwelling huist. De onbeantwoorde liefde, de prille interesse in de ander, vergezeld van wanhoop omdat signalen niet duidelijk zijn want alles kan op zoveel verschillende manieren worden bedoeld. Zegt het objêt de désire dat hij of zij het zo druk heeft – bij bijvoorbeeld een aanzetje voor een zogenaamd nonchalante uitnodiging om iets af te spreken – en legt deze omstandig uit waarom, wordt de blik naar links boven gericht: wat betekent dat? Heeft de persoon geen zin en legt deze daarom zo uitgebreid uit waarom het er niet van kan komen, of is het juist omdat deze persoon graag zou willen en de ander niet wil laten denken dat het een smoesje is? Dat daarom zo gedetailleerd wordt gesproken over de reden, de achtergrond.
En dat naar linksboven kijken, schijnt ook iets te zijn. Iets met de schrijfhand en of je iets bedenkt of herinnert. De blik naar boven, danwel naar de kant waarmee je niet schrijft, schijnt construerend te zijn. De blik de andere kant op, iets lager, geeft aan dat er aan iets wordt gedacht dat op onze harde schijf staat. Herinnering, planning, alle dingen die je al weet.

Het kan ook nog gebeuren dat mensen je buiten of in de kantoorwandelgangen voorbij lopen zonder een blik van herkenning en dus ook geen groet. Een welbekend fenomeen, het in gedachten verzonken zijn. Hoe lager de blik, hoe meer verzinking én hoe meer emotie. Herinner ik mij (inderdaad, er komt weer een terzijde) ineens een vrouwelijke voorbijganger waar ik mij kapot van schrok: haar blik was niet omlaag maar compleet naar binnen. Je kunt het een zombie-blik noemen, een catatonische staar, maar het was doodeng om te zien. Ik vermoed dat de vrouw geestelijk niet in orde was, ik zie zoiets nooit.
Afijn, terug naar het romantisch geneuzel. De smartelijke zuchten van verlangen, je kunt niet anders dan ze ondergaan. Je ontvangt misschien een leuk compliment van je begeerde object, ‘wat ben je toch geestig/slim/etc’ aangevuld met een scheef, klein en vooral compleet onweerstaanbaar glimlachje. Je glimlacht terug, bakvisserig, zwijmelig, je bewegingen zijn wat vertraagd, de hele wereld is even in slow-motion. (Vandaar dat je soms ook ergens tegenaan kunt knallen, in je beleving ben je nog niet zo dichtbij dingen als deuren etc). Als je weer alleen bent, volgt er zo’n diepe zucht. Een tikje beverig vanwege het fijne moment en dat het je even prettig van slag heeft gemaakt en vanwege het ingehouden verlangen.

Nu ben ik zelf niet zo voor onbeantwoorde liefde, hopeloos inefficiënt en vooral lullig als je in je eentje zit te bakvissen. Soms blijkt simpelweg dat de persoon in kwestie al een lief heeft, en zul je moeten afkicken tenzij je het niet als een belemmering ziet, maar juist meer als een uitdaging. Eens kijken hoeveel hij van zijn vriendin houdt, of zij van haar vriend. Niet mijn stijl, maar er zijn vast wel wat minder consciëntieuze mensen die hun verleidingstactieken dan toch inzetten. Misschien wordt het objêt de désire nog wel meer aantrekkelijker door hun aanhangsel.
Het kan natuurlijk ook zijn dat de gewenste relatie maatschappelijk not done is of ongelukkig uitgekozen. Een erg groot leeftijdsverschil, iemand kiezen uit een totaal ander milieu – wat natuurlijk best kan, maar zoiets kan ook botsingen geven, qua mentaliteit en ethos etcetera. Of je bent nog niet toe aan je coming out waardoor je verlangen niet zichtbaar is voor anderen. En ook een veelvoorkomende reden waarom mensen in hun smartelijk verlangen blijven hangen: te bang zijn om afgewezen te worden.
Of te verlegen om doortastend te zijn, wat meer te flirten, een move te maken.

Ik herinner mij een scène uit de film ‘Liever Verliefd’ van alweer wat jaren geleden, waarin Sander (Romijn Conen), een gevoelige pianist, die in de film al snel voor Anna valt (een rol van Miryanna van Reeden), eerst een onbeantwoord verlangen naar de danslerares (leuk gespeeld door Wendy van Dijk) heeft, waarvoor hij de kinderen met piano tijdens dansles begeleidt. Hij schrijft uiteindelijk een lied voor haar, de kinderen zingen mee. Op het moment dat hij het lied laat horen, staat helaas ook haar plots opgedoken vriend erbij. Een nogal ongelukkige timing. De laatste woorden ‘dat ik van je hou’ slikt hij bijna in, natuurlijk ook een erg pijnlijke situatie. Nou ja, daar moest ik aan denken toen ik de zin op typte ‘als ik maar van je mag houden’.

Als ik je maar even zou zien 
Een glimp, een flits, een seconde van de dag
Als ik je maar even zou zien
en ik terug naar je glimlachen mag
Dat je me nog even ziet, me herkent, en me groet
Dan is mijn dag weer helemaal goed

Als je even mijn naam noemt
Misschien slechts een enkele keer
Toch even je stem horen
Elke dag weer
Dat ik je zie, en ruik en …bijna voel
Dan ben jij precies wat ik bedoel

Als ik maar ik van je mag houden
Even maar, liefst voor altijd
Als je maar weet dat jij het voor mij bent
En dat ik mijn vingers voor je opensnijd
Dat ik voor je bloed, voor je huil en dat je al onder mijn huid zit
Jij bent mijn op mijn huid vastgekoekte bison kit
Ik pulk je niet weg, ik koester het plekje 
Beschouw het als mijn meest dierbare vlekje

Als ik maar met je mag sterven, 
Even maar, een kleine dood
Dan is mijn dankbaarheid en liefde
heel erg groot
Ik hoop dat er een moment komt waarop je me echt zult zien
En dat je me dan zachtjes kust, heel misschien..

Na deze kwijlerige bakvisserij, zou ik ook nog kunnen proberen om er daadwerkelijk een muzieknummer van te maken (piano of gitaar, beide kunnen beladen worden uitgevoerd). Ware het niet dat ik naast onzinnige liedjes ook nog serieuze taken heb om uit te voeren, die mogelijk leiden naar waanzinnig succes. Mocht dit niet geval zijn, dan kan ik terug vallen op mijn Staatsloterij-lot die mij mogelijk onmetelijke rijkdom toebedeeld. In dat geval – van onmetelijkheid – ga ik misschien wel proberen om de muziek-bizniz in te gaan om daar met een hitje onsterfelijk te worden. Wat wil een mens nou nog meer? Ha, een kerst-hitje! Als dat goed lukt, word je zelfs nog gecovered – hoe leuk is dat?! Misschien gooi ik gewoon in bovenstaande tekst een kerstbelletje, stop ik er een opzwepende vrolijke upbeat in en gil ik af en toe ‘christmaaaasss’ er door heen. U merkt het wel.

 

 

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

The Big J Yoga Class

De mannen doen de ‘Vliegende Mummie’

In hip & healthy Amsterdam is weer een nieuwe yogaclub gesignaleerd, en wel een hele bijzondere, hoewel de vier heren waaruit de club bestaat dit tegenspreken.
“We zijn echt niet zo bijzonder, misschien enkel omdat we erg klein zijn. Qua club en onze fysieke gestalte,” merkt Big Jim op, de initiator van de yogaclub. Het is zaterdagochtend en hij is als eerste van het groepje aanwezig, dat bestaat uit Big Jim, Big Jeff, Big Joe en Big Jack. Is ‘Big’ een soort eretitel?
“Welnee, je kunt ons eerder een soort noemen. Dan ben je geen discriminateur, ik bedoel dat je ons zou kunnen categoriseren,” legt Big Jim uit. “Laten we wel wezen, de hokjesgeest blijft een menselijk trekje. De mens wil weten wie hij voor zich heeft, al vanuit de oertijd moest hij bepalen of het schepsel voor hem veilig of gevaarlijk was. Als je je vergiste, was je in het minst erge geval vijf kilo aan zweet verloren tijdens het rennen voor je leven danwel je hand kwijt omdat het schepsel toch niet aaibaar bleek en zomaar hap-slik-weg je hand liet verdwijnen. Best een shocker, natuurlijk, als dat gebeurde.”
Op de opmerking dat hij een beetje afdwaalt, reageert hij met een schuine grijns dat hij dat wel vaker hoort. “Ik hou nogal van zijstraatjes in die zin. Maar om terug te komen op je vraag: we zijn dus inderdaad de Big-vrienden. Het is zo enorm toevallig dat we allemaal namen hebben die met een ‘J’ beginnen, daarom vonden we het ook toepasselijk om onze yogaclub ‘Big J’ te noemen.”

De billen in de lucht voor de ‘Downing Dog’

De yogaclub bestaat sinds anderhalf jaar, per ongeluk ontstaan omdat de heren zich verveelden en iemand grapte om dan maar een potje yoga te gaan doen. Ze schakelden de buurvrouw in die wat wist van yogapositie’s, ze bekeken youtube-filmpjes, kochten wat matjes en binnen een mum van tijd deden ze elke zaterdagochtend aan yoga.

De ‘Golvende Zeehond’

 

“Geen enge bikram-yoga, hoor” stelt Big Jim gerust. “Die verschrikkelijke zweetpartijen staan ons niet aan, en ook niet dat je de ruimte niet uit mag gaan. Wat een onzin. Als een van ons wil pissen, dan gaat-ie gewoon even. Boeit ons niet.”
De heren doen de klassieke yoga en na een trits posities doen ze nog de kringdoop, die ze zelf erbij hebben bedacht. “Het is goed voor de verbinding tussen ons, we houden elkaars handen ook daarom vast. Big Jeff had er eerst wat moeite mee, vond het te wijvig en te klef maar we hebben hem toch weten over te halen. Inmiddels steekt hij als eerste zijn hand uit.”
Na afloop voelen de heren zich steeds totaal opgekikkerd en in een goeie hum.
“Kijk, je maakt je geest leeg. Het is een soort meditatieve staat die je aangaat met je lichaam. Een samenspel tussen lichaam en geest, als het ware.”

De ‘Blaffende Dolfijn’

Je kunt je wel aanmelden bij de heren, maar ze prefereren wel dat nieuwe deelnemers dezelfde fysieke grootte hebben, omdat het positioneren anders lastig wordt en de Big J’s zich ook niet meer zo ‘big’ voelen. Als buitenstaander vraag je je af waarom ze ‘big’ worden genoemd, terwijl ze niet groter zijn dan zo’n 25 centimeter en ook nog eens kleiner zijn dan Barbie en Ken. Ze hebben daar weleens moeite mee, geven ze toe.
Big Jack komt erbij staan en licht even wat meer toe: “We hebben allemaal weleens gezoend met een barbie, maar ze gaan vaak toch een beetje giechelen omdat ze het gek vinden dat we kleiner zijn. Heel irritant, eigenlijk. Maar ja, ze blijven bloedmooi en een Big J moet toch wat, hè?!”
“Ach, alle vrouwen zijn eigenlijk wel bloedirritant,” zegt Big Jeff dan ineens, die om de hoek is komen aanzwaaien. “Ben blij dat er geen wijven in ons clubje zitten, lijkt me helemaal niks.”
Het blijkt later dat Big Jeff in het algemeen nogal moeite heeft met vrouwen en de heren proberen hem onvermoeibaar duidelijk te maken dat hijzelf ook een grote factor is waardoor vrouwen vervelend tegen hem doen.

De kringdoop, een zeer gewaardeerd onderdeel van de Big J yoga class

Het is nu wachten op nummer vier, Big Joe, dan kunnen ze met hun yoga class beginnen. De fotograaf maakt alvast wat profielfoto’s* waarbij de heren ook nog graag in hun favoriete, verleidelijk gevonden pose worden vastgelegd. “Voor de dames,” knipoogt Big Jim. Dan komt eindelijk Big Jeff binnen. “Heren!” galmt hij met een zware stem door de ruimte, loopt met een geruisloze sluippas naar hen toe en neemt zijn positie in.
De heren zijn compleet, de yoga class gaat beginnen.

De heren – op dit moment allemaal single – stellen zich nog even voor, mochten er dames geïnteresseerd zijn dan kunnen ze mailen naar bigj@lilla.nl 

Big Jim (35), de initiator van de yogaclub. ‘Ik ben heel relaxed, soms iets te gemakzuchtig. Dol op spotlights, goede wijn en strandwandelingen met een spannende vrouw. Just love ouwe rock – the Kinks enzo, maar ook moderne en oude swingnummers, dan kun je me op de dansvloer vinden. Ik overdrijf soms een beetje met dingen, eigenlijk wel met alles. Soms is dat best charmant, vind ik zelf maar snap dat anderen daar wel eens moe van kunnen worden. Anderen vinden mij trouwens ook erg ijdel, maar ik heb erg mooi haar – daar kan ik ook niets aan doen, en dat moet goed zitten, net als mijn kleren. Piekfijn en van hoge kwaliteit! Zo’n yogaclub is just right up my alley, hoewel ik ook zin heb in een dansclub – denk aan jazzballet, maar ik denk dat de heren daar niet echt graag in mee zouden willen gaan. Soms vind ik dat ik een beetje op John Travolta lijk, die kon ook zo goed dansen! En ik hou dan van vrouwen, het zijn fascinerende wezens, ondoorgrondelijk en onweerstaanbaar.

Big Joe (41), yoga member: ‘Ik doe al jaren aan meditatie, yoga was eigenlijk een logische zijstraat. Als ik mediteer kan ik uitstekend mijn hoofd leegmaken – ik visualiseer dan dat ik een adelaar ben die over grote vlaktes heen scheert met zijn prachtige, grote vleugels. Over oceanen, bergen, woestijnen. Dan ben ik echt even helemaal weg, uitgetuned zegmaar. Op het moment heb ik geen vriendin, wel jammer. Ik ben erg van het verwennen, zeker als ik verliefd ben. Zo’n vrouw komt dan niet zo gauw meer weg, omdat ik haar overstelp met massages, onstuimige en uitgebreide vrijpartijen, cadeau’s en goede gesprekken bij het haardvuur. Ik hak overigens voor het haardvuur zelf het hout in blokken. Jawel, ik ben zeer goed in het hanteren van gereedschap. Verder vind ik jazz erg fijn om naar te luisteren en staar ik graag diepzinnig voor me uit.

Big Jeff (41): ‘Zo gek dat ik yoga leuk blijk te vinden, ben er eigenlijk helemaal geen type voor, vind ik. De mannen hebben me echt mee moeten trekken en ik ben helemaal om. En ik heb echt geen moeite met vrouwen an sich, een lekker wijf is altijd welkom in mijn bed. Ze moeten gewoon niet zoveel zeuren. Als ze gewoon niks zeggen, zijn ze best te doen. Wel vind ik vaak dat vrouwen zich qua mode er makkelijk van af maken, waar zijn die lekkere sexy stilettohakkken en fijne korte rokjes gebleven? En vrouwen, rode lipstick: niet doen! Het is sowieso irritant om lipstick te proeven als je dan gaat zoenen maar ik moet altijd denken aan een vogelverschrikker als ik het opgesmeerd zie bij een of ander wijf. Verder kijk ik graag naar allerlei soorten sport en haal ik graag allerlei apparaten uit elkaar die ik niet meer in elkaar kan zetten. Maar dan koop ik gewoon iets nieuws, boeit me niet.

Big Jack (38): ‘Ik denk dat ik van de heren het meest rustig ben. Het minst macho, zegmaar. Ik vind het vooral belangrijk wat een vrouw zelf wilt, wil niet zomaar mijn zin doordrukken. Ik hou van goede gesprekken, elkaar plagen en voor haar koken. Met veel van mijn exen heb ik nog een heel goed contact. Soms groei je uit elkaar, dat betekent echter niet dat een einde een drama moet zijn, en het einde van alles. Ik ben ook bij hen op kraamvisites geweest en mijn cadeautjes, die ik met zorg uitkies, worden altijd zeer enthousiast ontvangen. Bij een vrouw let ik vooral op haar ogen, op haar uitstraling. Er zijn weinig vrouwen die ik echt niet aantrekkelijk vind, zelfs vrouwen boven de zestig kunnen mij nog bekoren. Verder hou ik van literatuur, fotografie en bezig zijn met houtsnijwerk in meubels.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Diversch | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

What’s wrong with you?

Och och och.. dat hoor ik af en toe nog in mijn hoofd galmen. Niet dat ik denk dat er iets mis met mij is, welnee. Ik herinner me dan iemand van nog niet eens zo heel lang geleden, die er geen probleem in zag om mensen een flinke veeg uit de pan te geven, omdat er iets mis ging volgens deze persoon. Dit was dan altijd een schuldkwestie en lag bijna altijd bij de ander. Hij tegen de rest van de wereld. Ook de frase ‘three strikes and you‘re out!’ heeft me erg verbaasd. Deze manier van communiceren was ik als mens van nuance en redelijkheid, bovendien opgegroeid in het nuchtere Nederland, bepaald niet gewend. Dat dit persoon na een jaar tot mijn verleden behoorde, stemde me dan ook vol genoegen. Dat ik af en toe toch nog aan hem denk, komt door een ander geval die moeite heeft met het onderdrukken van impulsen en meningen en heeft bij geval van een afwijkende mening dan de zijne, gelijk wat hatelijke woorden klaar – want dan ben je tegen hem, ‘you’re a liar and a fake!’ Inderdaad: we hebben het hier natuurlijk over Trump.
Soms hoor ik de eerste weer ‘she’s just greedy, man!’ roepen, vol zelfmedelijden en een slachtofferig beschuldigende wijsvinger. Tja, ze lijken gewoon erg op elkaar. Beide alfa-mannetjes. Gorillabaasjes. De eerste is eigenlijk een Trump in het klein. Daarmee bedoel ik dat zijn territorium wat kleiner is, en tevens zijn geldbuidel. De ego’s gaan denk ik mooi gelijk op.

Om niet al teveel last te hebben van deze mannen (hoewel Trump bijna een soort soap-effect op mij heeft, elke dag even kijken wat er dan nu weer voor wanstaltigs is gezegd of gedaan, wie er nu weer is ontslagen of aangenomen, etc. etc.) roep ik voor de grap te pas en te onpas, waar het toepasbaar is: ‘it’s huuuuge!’  Ik wil Trump vooral als een karikatuur blijven zien, want anders maak ik me teveel zorgen over wat hij allemaal aan kan richten.

Het vingertje van Trump

Niet enkel in de VS, ook hierbuiten. Gelukkig kan die eerste niet zoveel kanten op als de Amerikaanse president. In het meest ongelukkige geval krijgt hij dit nog eens te lezen en is dan – natuurlijk – hevig verontwaardigd over de ‘leugens’. Hij zal me vast willen sewen, danwel schuimbekkend willen oreren tegen zijn gehele clientèle dat ik een greedy bitch ben, hij het altijd al heeft geweten, hangt totaal buiten proportie getrokken verhalen op en valt hiermee geheel in zijn slachtofferrol. Him against the world.
Nou, dan zeg ik hierbij maar even dat dit alles totaal fictief is, en overeenkomsten van personen totaal toevallig zijn en niet gebaseerd op werkelijkheid.
Fake, zegmaar.

 

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

La Belle Dame Sans Merci

Ook gij Julian – ick zie u – mijn ooghen fixeren op uw straalend gelaat – nimmer zag ick zulcks blauwe kijkers – de bekoorlijckheid is te groot en mijn gulzigheid niet te onderdrukken – ow prachtig jongmensch met uw stoeren harnasch, doe mijn eenen pleizier en glimlach eensch. Zeker en vast zal dit mij eenen groot genoegen zijn – de wind laat ick verleidelijk door mijnen haren wapperen en ick laat zien hoe roze ende zacht mijnen lippen zijn – ick weet, u kunt nietsch andersch dan naar mij staren, gelijk eenen konijn in den val – en u wilt nietsch liever dan mijnen bekoorlijkheid en schoonheid omarmen, koesteren, bezitten – natuurlijck wilt u dat – u wilt geen kant opkunnen, u wilt gevangen worden door mijn vrouwelijcke schoonheid – koortsig verlangen naar uw handen door mijn lange rode lokken en uw lippen in mijnen halsch – kom maar – kom maar – en slaat uw armen om me heen, heel zachtjes – en wilt u dan wat voor mij doen? – U doet alles voor mij, toch? – Ik word lastiggevallen door een bruut met geen moreel kompasch, een kwezel die mij geen andere mannen meer gunt, een eierdooier die achter me aanloopt gelijck enen schoothondje – Zoudt u alstublieft mij kunnen beschermen tegen deze boosaardighe heer? Mij kunnen verlossen? – Zodat ik mij nog meer in uw brede, stercke schouders kan vleien en verlangend afwacht tot u mij in mijn vingertoppen bevredigt – O ja Julian, kom maar – wees niet bang – mijn liefde voor u duurt vast niet al te lang – – –

(Origineel gedicht van Keats, waarop het schilderij van Frank Bernard Dicksee werd geïnspireerd:

I met a lady in the meads,
Full beautiful—a faery’s child,
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

She took me to her elfin grot,
And there she wept, and sigh’d fill sore,
And there I shut her wild wild eyes
With kisses four.

I saw pale kings and princes too,
Pale warriors, death-pale were they all;
They cried—“La Belle Dame sans Merci
Hath thee in thrall!”)

 

Geplaatst in Gebazel | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Snow combs

 

Spreek het maar eens uit. Snoeuw coeumbsz, bekt lekker, romig. Wat zijn het ook alweer voor dingen? Eerst maar eens kijken bij mijnwoordenboek.nl, maar die heeft geen enkele vertaling ervoor. Als ik het woord google, zie ik bij ‘afbeeldingen’ haarkammetjes met ijsachtige frutsels en als ik dan nog verder kijk, zie ik ‘Snow Comb for Cross Country Skiing’ staan, het object zelf lijkt op een kam en het is mij niet helemaal duidelijk waar het precies voor dient. Ja, een soort ski-object. En ik dacht nog wel dat het een gebakje was, in eerste instantie.. Ga ik daar op googelen, blijkt dat er kammetjes voor gebak zijn. Zonder snow. Er zijn dan wel snowskin mooncakes. Probeer dat maar een paar keer te zeggen, uw tong raakt in de knel.

snow-comb

Een snow comb – vermoedelijk om mee te skieën, een alternatief voor een snow board? Ook mogelijk iets om sneeuwvelden mee te kammen – mooooooie streepjes, why not?

Afijn, kent u dat? Er rolt een woord van uw harde schijf, als iemand een vraag stelt waarvan u niet eens zeker weet of u het antwoord weet. En hoppelepop (ja, dat woord bezig ik nog steeds, ook al zijn mijn kinderen inmiddels boven de 12 jaar), daar zegt u ineens iets waarvan u later mogelijk achter uw oren krabt. Onlangs vroeg iemand mij wat ook alweer het huishouden doen in het Frans is. Zonder na te denken, antwoordde ik: ‘faire le ménage’ – alsof het niet al een tijd geleden was dat ik in het Frans had geconverseerd, laat staan de term had gebruikt. Faire le ménage is immers niet zo mijn ding, zoals de meesten wel weten. Niet dat het zo’n smeerboel is bij mij thuis, maar de stofzuiger, l’aspirateur – die moest ik even opzoeken – gaat lekker lang mee.
Overigens kan ik me nog de reclame herinneren met een stofzuiger die allemaal beestjes opzoog. Beestjes?!?! Ik gruwde onmiddellijk van het idee, stof is toch gewoon dood spul? Stof is stof, for godsakes. Don’t mess with me! Afijn, nooit naar Micropolis bij Artis gaan als je niet de huisvrouw van het jaar wilt worden. Horror! Je koopt waarschijnlijk elke week een nieuwe tandenborstel, dat soort dingen. Het zal inmiddels een half jaar geleden zijn, misschien langer,  dat ik er ben geweest. Nog steeds staat het op mijn netvlies gegrift, ook al probeer ik de opgedane kennis uit alle macht te vergeten.

Maar ik dwaal af. Dat woorden zomaar opduiken, vanuit het niets. Overigens gebeurt dat ook als ik mijn mening moet onderbouwen. Of ik heb een grandioos talent voor uit mijn nek lullen -excusez le mot- of ik tap uit een geweldig onderbewustzijn, danwel een collectief oergeheugen. Ik denk zelf het laatste alhoewel de pragmatici om mij heen en wellicht wat lezers het hoofd zullen schudden om zoveel dommigheid. Natúúrlijk klets ik uit mijn nek. Je hebt toch Rietveld gedaan? Dat leer je daar toch? Hoe moet je anders je kunst verdedigen, als je niet mag zeggen dat het mooi is?

‘Ik heb gekozen voor het materiaal hout, omdat dit materiaal het oergevoel weergeeft en de harde weerklank heeft van de mens. De vormen die ik er aan vast heb geplakt, zoals dit vergiet, staat voor alle energie die verloren gaat door de verharding van de maatschappij. Ik wil hiermee een statement maken dat de mens aan zachtheid inboet en dat dat een groot verlies is. De organische ronde vorm is de gevangen ziel van de mens.’

Nouja, het kan nog beter. Erger, bedoel ik dan.

snow-skin-mooncakes

Snow skin moon cakes

De kunst van het bazelen, daar ist-ie weer. Met een UvA-collega bedacht ik nog, en ik weet niet of ik het me nog juist herinner, wederom een leuke boektitel: de kunst van slagvaardigheid. Niets leukers dan boektitels bedenken. Het plot. Maar het dan helemaal gaan schrijven, tja, dat duurt me dan weer te lang. Liever dit soort korte bazelstukjes.
Wat ik ook lekker vind om te zeggen is ‘silly git’, waarbij de t een t-d wordt. Alsof je verkouden bent, zegmaar. ‘Go-getter’, uitgesproken met de Britse t is veel leuker dan hoe het eigenlijk hoort.

Hm, ik kom eigenlijk alleen maar met Engelse woorden. Er zijn toch heus wel Nederlandse woorden die ik graag over mijn tong laat rollen?
Ik heb wel een heel rijtje van lievelingswoorden die ik graag bezig. Overigens het werkwoord bezigen wordt door mijn kinderen vol afschuw aangehoord en antiek verklaard. Nu is bezigen ook wel wat minder in schwung – oja, die is fijn, schwungggg – maar is moderner dan het werkwoord dorsten. Dat iemand iets niet dorst te toen. Durven, schroom hebben. Maar dat woord gebruik ik eigenlijk niet. Het komt er eigenlijk op neer dat, als mijn kinderen het woord niet kennen, ze daarmee besluiten dat het antiek is en dat ik daarom onmiddellijk moet stoppen met dat soort woorden in zinnen stoppen.
‘Normaal praten, mam!’

Even terug naar Nederlandse woorden die lekker bekken.
Bullebakken bekt wel lekker. Het woord natuurlijk. Van het type moet ik niks hebben, evident. Het werkwoord snoeien. Het gebak Babka, waarbij je de laatste a zo’n beetje in slikt. Polverones, overigens ook categorie Spaans gebak (anijskoekje), maar ja, dus Spaans. Wellicht zou ik een lijstje kunnen maken, die ik af en toe aanvul. Is dat nuttig? Welnee. Maar dan dus ter verpoos ende vermaeck, om te onstijgen aan de benauwende sleur des levens.

 

 

  

 

 

Geplaatst in Gebazel, Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

The Bedfellow

(een fragment)

“Nog een petit-four?” hoort hij Vaerle van Daoís zeggen. Ze houdt de schaal voor Myrthilea’s neus. Jahoor, ze pakt er nog een. Wat is het toch een gulzig mens. Het is een wat kleiner gezelschap bij de picknick, ze zijn met zo’n tien man neergestreken, exclusief het personeel dat met de manden sjouwt. Helaas maakt Myrthilea ook deel uit van het gezelschap, het voelt wat ongemakkelijk. Ze is ook wat stiller dan vanochtend, trekt afwezige glimlachjes, onder andere naar Davyi die erg zijn best doet om wat meer respons te krijgen.

Onwillekeurig valt zijn oog telkens op haar, ze blijft zijn aandacht trekken. Zij probeert juist weer zijn blikken te ontwijken, voelt zich duidelijk erg ongemakkelijk. Begrijpelijk, zijn verloofde zit naast hem. Fiorlíaine converseert ook nog eens uiterst saai over de bloemen in haar tuin. Is ze eigenlijk altijd al zo saai geweest?
“Nou, Fiorlíaine, nu heb je alle bloemen volgens mij wel gehad. Probeer ook eens zo’n petit dinges.” Hij biedt haar de schaal aan.
Ze schudt afkerig haar hoofd. Natuurlijk is ze hierin beheerst, neemt absoluut niet meer dan goed is voor het lichaam. En suiker is een doodzonde, daarom drinkt ze haar thee ook zonder. Bij de vraag of ze het wel lekker vindt, geeft ze een vreemde blik. Alsof dat er in het geheel niet toe doet. Met een zucht zet hij de schaal weer neer.
“Maar nou zou ik ook nog eens graag een pruimenboom in de tuin willen hebben, maar ik heb geen idee hoe dat..”
“Het is ook de tijd van het jaar voor pruimen! Die vind ik altijd erg lekker.. Volgens mij staat hier ook nog een pruimengebakje,” interrumpeert hij haar. Ze moet echt eens ophouden, nog even en hij valt ter plekke in slaap!
Haar nijdige blik doet hem wat vrolijk opschrikken. Hij probeert een glimlach te verbijten, maar het is lastig. Onwillekeurig kijkt hij weer even naar Myrthilea en vangt haar blik op. Snel kijkt ze weer van hem weg.
“Ik wil eigenlijk wel weer terug naar de villa, ik heb het een beetje koud.” Fiorlíaine kruist demonstratief haar armen om haar bovenlijf. Ze heeft het koud? Het is helemaal niet koud. Is ze gepikeerd omdat hij haar eindeloze opsommingen onderbrak of is het haar opgevallen hoeveel hij naar Myrthilea keek?
“Gabriel, ga je mee?”
Hij fronst geïrriteerd, hij heeft echt nog geen zin om te gaan. Ze zitten ook nog niet eens zo lang. Waarom gaat ze niet in haar eentje terug, met een bediende of zo?
Lady Ginilla, een van de vriendinnen van de tante van Myrthilea, merkt zijn tegenzin om nu al te vertrekken kennelijk op. “Lady Eldeíll, ik zou met genoegen u escorteren naar de villa. Dan kan uw verloofde nog wat langer blijven en dan hoor ik nog graag welke bloemen u precies voor uw tuin hebt uitgezocht.”
“Ik ga mee, ter bescherming,” zegt Davyi dan ineens. “Het is niet veilig voor twee dames alleen.”

Voor hij het weet zijn ze vertrokken en is hij in een wat aangenamere setting beland. De opluchting zindert door zijn lijf. Zelfs die vervelende Davyi is opgerot. Myrthilea kijkt ook gelijk heel anders uit haar ogen, die is duidelijk ook opgelucht. Ze slaakt een tevreden zucht en gritst dan nog een petit-four van de schaal. Gulzigaard. Hij bijt op zijn lip, eigenlijk niks mis met gulzigheid.
“Vind je ze lekker of zo?” vraagt Gabriel haar, merkt dat zijn stem wel erg laag is. Het klinkt een tikje wellustig, hopelijk hoort het gezelschap dat niet. Ze kijkt op en hij glimlacht geamuseerd.
Ze glimlacht terug. “Ik ben dol op zoetigheden. Als ik iets lekker vind, kan ik er erg moeilijk van afblijven.”
“Dat is ook wel erg lastig,” reageert hij. “Om er van af te blijven.” Een heerlijk dubbelzinnig antwoord op een dubbelzinnig klinkende opmerking.
“Elke petit-four is weer zo lekker,” stuurt ze de conversatie naar het originele onderwerp terug.
“Zeer verleidelijk,” beaamt hij. “Ik denk dat ik ook maar weer overstag ga.” Hij gritst een petit-four van de schaal en snoept het dingetje gulzig op. De suiker tintelt op zijn tong, de boter doet het zalige hapje makkelijk wegslikken.
Vaerle van Daoís kijkt hem bevreemd aan. “Gabriel, ik heb je geloof ik nog nooit zo.. verlustigd zien eten.”
Hij trekt onaangedaan zijn wenkbrauwen op. “Misschien hangt er iets in de lucht.” Hij besluit er nog een te nemen. Zijn hand gaat weer richting de schaal en hij smikkelt er nog een op. Likt uitgebreid zijn plakkerige vingers af, voelt hoe Myrthilea hem een tikje wellustig aanstaart. Een heerlijk gevoel.
“Of de gulzigheid van Myrthilea is besmettelijk,” voegt hij er op luchtige toon aan toe.
“Nouja!” zegt ze verontwaardigd.
Hij grijnst van plezier. God, wat voelt hij zich ineens geweldig. Ontspannen, tevreden, opgewonden op een fijne manier. Vrolijk. Hij hoort haar ook in de lach schieten.
“Gabriel!” zegt haar tante vermanend, lijkt zowel licht geshockeerd als geamuseerd.
“Vearle!” reageert hij op precies dezelfde toon naar haar. Beduusd schiet ze in de lach.
Gabriel trekt een lome, geamuseerde glimlach. Kijkt dan naar die leuke vrouw met wie hij per ongeluk heeft gevreeën. “Nog wat champagne?” biedt hij haar aan.

“Zal ik dat nou wel doen?” vraagt ze. Zonder verder af te wachten, pakt hij de fles en schenkt haar glas vol. Vult eveneens het glas van haar tante, Naullínn, hun gastheer Neóc van Ioss en het wat oudere echtpaar Sínn en Aerdall van Messín. Deze zaten niet te piepen dat ze het koud hadden en lijken erg te genieten van de picknick. Hij heeft ze even gesproken tijdens het borreluur voor aanvang van het eerste diner. Sínn had hem waarschijnlijk bijna een schop verkocht omdat hij zo ongeïnteresseerd was en telkens wegkeek. Op het eind van het borreluur kwam er tot zijn verrassing een werkelijk goed gesprek, de man bleek humor te hebben. Aerdall leek hem een wat strenge vrouw, hij heeft niet echt met haar gepraat.
Hij doet net alsof hij niet merkt dat Sínn en Aerdall een scherpe, geamuseerde blik op hem werpen. Ze zullen zich inderdaad wel afvragen wat hem ineens bezielt. Hij weet dat dat Myrthilea is, o god, die vrouw… Maar het zal hem een zorg zijn wat het gezelschap over hem denkt.
“Hoe heb je eigenlijk je verloofde leren kennen, Gabriel?” vraagt Sínn.
Hè bah, moeten ze het nu echt over zijn verloofde hebben? Ze is net weg, de lucht is opgeklaard. Hij heeft echt helemaal geen zin om het over haar te hebben. Hij slaakt ook een onwillige zucht. “Op een of ander saai feest. Ze was de dochter van een van mijn zakenpartners.” Zo. Klaar. Volgend onderwerp.
“Komt ze uit het Zuiden, omdat ze het zo snel al koud had?”
Hij knikt. “Maar dan nog. Het is nu helemaal niet koud.”
“Ik ben blij dat die hitte weer voorbij is, deze temperatuur is veel beter uit te houden,” voegt Myrthilea toe. Kennelijk hoeft zij het ook niet over zijn verloofde te hebben. Ze krijgt gelijk een priemende blik van Aerdall toegeworpen.
“Voel je je weer wat beter, Myrthilea? Je was zonet zo.. stil.”
“Misschien is het de suiker die me weer wat energie geeft,” smoest ze, met een idioot gezicht. Aerdall snapt waarschijnlijk niet helemaal hoe de vork in de steel zit, maar heeft wel iets door. Neóc knikt afwezig, alsof het hem werkelijk niet interesseert waarom Myrthilea zonet stil was en nu niet. Gabriel ziet tot zijn plezier haar gefascineerd naar de donkere en enorm borstelige wenkbrauwen van Neóc kijken. Het is echt een afdakje, de regen zal niet zo snel in zijn ogen druppen.
“Ik heb niet zoveel gegeten bij het ontbijt,” voegt ze er nog aan toe.
Hij schiet in de lach en verslikt zich daardoor half in zijn champagne. Hij proest per ongeluk de slok uit. Hij heeft gezien hoeveel ze zat te eten, dat was niet weinig. De vrouw heeft een flinke eetlust. Maar goed, ze zocht een excuus. Beter zoiets zeggen dan dat ze de groep vertelt wat er werkelijk aan de hand was.
“Pardon,” mompelt hij, zonder verdere uitleg. Gaat er maar eens bij liggen, met zijn hoofd leunend op zijn opgerolde jasje. Strekt zijn arm uit om een aardbei te pakken. Wat is het lang geleden dat hij zich zo.. goedgeluimd voelde.
Ze keuvelen wat door, niet meer over zijn verloofde. Op een gegeven moment gaat het gesprek over een vervallen kerkje, die verderop bij het beekje staat. Hoewel het niet meer wordt gebruikt en ook niet meer wordt onderhouden, schijnt het allerschattigst te zijn.
“Ik wil wel even kijken,” zegt Myrthilea. “Wil er nog iemand mee?”
Natuurlijk wil hij mee! Al wilde ze zelfs een stal vol met koeien gaan bekijken, als het maar met haar is. “Ik wil het ook weleens zien. Jullie kennen het kennelijk allemaal wel?”
De anderen knikken. Gelukkig. Kan hij fijn met haar alleen op pad. Sínn trekt wel een vreemde glimlach, die man heeft waarschijnlijk wel wat door.
“Kom Myre, dan gaan wij even met z’n tweeën kijken.” Waarom kijkt ze hem nou zo vreemd aan?
“Je durft me al Myre te noemen?” grapt ze dan. “Zo zeg.”
Hij realiseert zich nu pas dat haar Myre noemen nogal intiem over kan komen en dus impliceert dat ze elkaar beter kennen. Hoeveel beter moeten ze echt niet weten! Hij grijnst maar even een beetje schaapachtig. Hij wil haar ook dolgraag beter leren kennen, in de breedste zin van het woord. Het feit dat hij verloofd is zeurt even door zijn hoofd, maar hij drukt de gedachte snel naar de achtergrond.
Naullínn kijkt erg blij rond, ze voelt misschien dat er iets gaande is tussen Myrthilea en hem. “Ga maar, wij oudjes blijven hier,” zegt ze nog, waardoor de rest van het gezelschap gelijk gaat sputteren dat ze nog helemaal niet oud zijn en dat ze enkel voor zichzelf moet spreken als ze iemand oud wil noemen.
Dus loopt hij met Myrthilea naar het kerkje. Het is wat onwerkelijk, het groepje is al uit het zicht en de omgeving wordt steeds mooier en mysterieuzer. Myrthilea ontdekt een pad, bedekt door mos, en daardoor bijna onzichtbaar . Hij hoort vlakbij gekabbel van water, het beekje is in de buurt. Het kerkje zal ook niet ver meer zijn. Ze zwijgen al de hele tijd, maar het voelt niet vervelend. Op de een of andere manier is het niet nodig om iets te zeggen.

Het kerkje doemt dan uiteindelijk voor hun neus op. Het is vooral erg begroeid, de deur ontbreekt en er zit een gat in het kleine torentje. Enthousiast loopt Myrthilea het kerkje in, hij volgt haar gewillig. Ze is zo mooi en haar enthousiasme maakt haar werkelijk onweerstaanbaar.
“Dit is werkelijk prachtig!” roept ze enthousiast uit.
“Jij bent prachtig,” bast hij en pakt haar bezitterig van achteren beet.
“Gabriel..” protesteert ze halfslachtig, nestelt zich tegen hem aan.
“Het gekke is.. dat ik me geen moment heb verveeld in je gezelschap. Zelfs niet toen we net zwijgend hiernaartoe liepen.”
“Ben je zo snel verveeld?” zegt ze, een beetje hijgerig. Misschien omdat zijn handen over haar billen glijden.
“Ik weet het niet. Geloof van wel, ja.”
“Of je hebt vaak saai gezelschap,” oppert ze droogjes.
Zijn mond valt open van vrolijke verontwaardiging. “Jij durft! Mijn verloofde saai noemen?”
“Waarom hou je mij anders vast?” kaatst ze terug. Ai, dat steekt. Zijn geweten speelt op en hij laat haar meteen los. Als hij niet langs was gekomen die nacht, was ze waarschijnlijk iets met Davyi begonnen, ondanks het wakend oog van zijn moeder. […]

Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

Neem me mee

Want niets is wat het lijkt en
ik laat niets merken
Zou wel willen
maar enkel als jij ook mij ziet
Anders hoeft het niet

Je kunt het wel aan me zien
als je me kent
En je nieuwsgierig bent

Niet teveel
slechts een beetje
Met beleid
zodat ontsnappen niet meer mogelijk is.

Lente-achtergronden-lente-wallpapers-8

 

 

Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

Den Ochtend

Een vreemd gevoel, zo ‘s ochtends vroeg al op mijn computer aan ’t tikken. Niet ongewoon an sich, hele meutes scharen zich rond half 9 bij de computer. Als fervent avondmensch is het voor mij echter ongewoon om op mijn vrije dag ook al rond deze tijd up&running te zijn. Fris gedouched en met ontbijt bij mijn laptop, even het nieuws online lezend.
Hoe komt dat zo? In eerste instantie door mijn aanbouw en de mannen die elke werkdag om 8 uur weer verder willen bouwen. Heel fijn dat ze het doen, en zeker zin in de aanbouw! En inmiddels ambieer ik ook rond half 9 op mijn werk te zijn.

Maar dus vroeg op mijn vrije dag mijn bed uit? Bijzonder en in tweede instantie dus omdat ik heb ontdekt dat er dan meer uren in een dag zitten en ik dat best prettig vind. Een groter gevoel van productiviteit, vooral. Goh, het is pas 9 uur en ik heb al van alles gedaan.

Echter, en ondanks mijn 8 uurtjes slaap die ik door op een veel nettere tijd naar bed te gaan heb weten te pakken, zit ik toch weer na drie kopjes koffie twee uur later alweer te knikkebollen. Waarom dat is, snap ik niet. Hoor ik dan ook nog een te rustig muziekje, voel ik hoe de slaap me alweer trekt. Wat een onzin, ik heb acht uur slaap gehad, we gaan hier dan natuurlijk niet aan toegeven. Ik heb juist het gevoel dat ik nu veel tijd heb voor mijn creatieve dingen, niet enkel dat vervelende huishouden die ik zo marginaal mogelijk uitvoer. Maar gelukkig is het tijd om koffie te zetten voor de mannen. Nouja, vandaag is er maar een en vermoedelijk ga ik het tweede kopje zelf opdrinken.
Ik heb weleens gehoord dat je ook kunt gapen, slaperig kunt worden, doordat je te weinig vocht in je lichaam hebt. Dus bij deze giet ik mijn glas water, die al paraat staat, in een keer naar binnen. Hm, het scheelt een beetje.

Als ik dan lees over creatieve geesten met strakke rituelen en barre ochtendritmes, huiver ik van ontzetting. In het boek “Dagelijkse rituelen; hoe bekende kunstenaars, schrijvers, filmmakers en andere creatieven werken” van Mason Currey staan godzijdank ook avondgeesten en zelfs nachtspoken.

Dat doet me dan weer deugd. En hoewel ik zeg avondmensch te zijn, ben ik waarschijnlijk een middagmens, piekend rond tea time. Het is wel leuk om stil te staan bij de vraag of ik zelf ook rituelen heb, maar ik kom dan toch niet met een bijzonder antwoord. Een verstilde omgeving, muziek waar de eeuwigheid doorheen klinkt (zoals de eerder genoemde oriëntaalse duduk) en wellicht een wierookje. Ik ben dan een en al sereniteit en toewijding. Af en toe slaak ik weleens een hartgrondige vloek, bijvoorbeeld als iets na een paar geduldige pogingen ineens misgaat. Maar geen kip die daar last van heeft. Enkel de buren vragen zich dan mogelijk even af wat er in vredesnaam zo verschrikkelijk mis gaat.

Een minder serene activiteit waar ik ook hartgrondig en vooral hard tekeer kan gaan, is als ik iets wil pakken uit een van mijn nu zo volgestouwde keukenkastjes. Ik had het geheel à la Kondo leeggeruimd maar voor de aanbouw moest ik weer spul weg gaan zetten en dus van mijn netjes gesorteerde kastjes weer een rotzooi gaan maken. Voorheen was het ook weleens een godsverzoeking om er iets uit te pakken of zelfs in te zetten, maar nu helemaal. Het is absoluut zenuwtergend. Met gespannen tegenzin manoeuvreer ik dan een leeg tupperware doosje enigszins met beleid op een lege plek en bid dan dat het alsjeblieft blijft liggen. Negen van de tien keer flikkert er dan toch iets uit. Tot mijn verrassing weet ik me nog best vaak te beheersen, alhoewel ik ernstig veel zin krijg om het hele keukenkastje in elkaar te trappen. Dat is zonde natuurlijk, bovendien moet ik het repareren en dus probeer ik de ergernis van me af te zuchten. Soms vragen mijn kinderen vanaf de bank ‘gaat het wel, mamma?’ en dan grom ik ‘laat me maar even’. Soms vragen ze niets en dan roep ik geërgerd en onredelijk: ‘ja, gaat het wel, mamma?’ om er wederom grommend en een beetje theatraal achteraan te roepen ‘jahoor, niks aan de hand’. Mijn kinderen houden zich dan wijselijk stil.

Maar, daarom hoera voor mijn aanbouw, want ik kijk vooral uit naar het moment dat ik niet meer hoef te ‘stoeien’ met de keukenkastjes, of met overdreven veel beleid (zen in het dubbelkwadraat) andere dingen pakken. Voor een goed doel vind ik het ook niet zo’n punt om vroeg op te staan. En met een vierde kopje koffie ben ik eindelijk voorbij het knikkebollen, broeva haro!

Hopelijk krijg ik niet weer een existentiële implodatie, waardoor alles ineens zinloos lijkt. What’s the point? De dood in de pot, zoals je dan kunt zeggen. Een vreemd en vooral onwenselijk trekje in mijn dna, die niet bevorderlijk is voor productiviteit en een zonnig gemoed. Ik probeer dat altijd uit mijn hoofd te schudden, de ‘niet lulleh maar poetseh’ mentaliteit vast te pakken en te kiezen voor ‘exploderen’, hoeveel chaos dat dan ook geeft. Het houdt me in ieder geval wakker.

Geplaatst in Gebazel | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen