Niet Valentijnsdag

Nog een gedicht als afsluiter van het voorgaande bericht, niets zo leuk als het schrijven van een melodramatisch gedicht. Niet bedoeld om te ontroeren, maar dat lijkt me ook onwaarschijnlijk. 

(het gedicht)

Het is niet Valentijnsdag
Want die is voorbij
Ik heb gehuild op die dag
Want er was niemand voor mij
Geen kaartje, geen belofte, geen luchtkasteel
Het ontbreken van de liefde greep me naar de keel

Ik heb maar romantische comedy’s gekeken
In mijn pyama, niet gestreken
Ach, toch niemand die me zag
Op Valentijnsdag

Bij het einde van de films heb ik weer gehuild
En mijn net schone maar ongestreken pyama met oogmake-up bevuild
Op mijn mouwen zaten strepen zwart
Net zoals op mijn hart

Kitkat Chunky karamel-zeezout
Heb ik in grote hoeveelheid naar binnen gestouwd
Ook een hele zak paprika chips
Ging op, ook al ging het vet natuurlijk rechtstreeks naar mijn bips

Ik was zo gelukkig toen de film goed afliep
En viel daarna weer heel diep
In de bodemloze put der eenzaamheid
Ook al hadden de katten zich gezellig tegen mij aangevleid

Ik schreide hard om mijn verdriet
Nog een Kitkat Chunky karamel-zeezout hielp niet

Dat de buurman 
bezorgd naar beneden kwam
Maakte me erg boos
Zoveel was er niet loos

Mag ik even huilen alstublief? 
Ik ga niet dood, ik heb enkel geen lief
Ik wilde enkel armen om me heen
En niet van buurman, want hij is vel over been

Geef mij maar een beer, groot en sterk
Die van mij houdt en van kluswerk
Want aan klussen heb ik eigenlijk een broertje dood
Ik doe het enkel uit pure nood

De buurman heb ik weggestuurd 
Hij had nogal eng in mijn ogen getuurd
Daarna probeerde ik nog wat te huilen maar het lukte me niet meer goed
Mijn tranen plengden niet meer in overvloed

De volgende romcom
Vond ik eigenlijk nogal stom
Dus toen heb ik een horrorfilm gekeken
En mijn pyama gestreken

Geplaatst in Gebazel | Een reactie plaatsen

Niet Valentijnsdag

Inmiddels is het alweer maart, niet ver maar wel zeker voorbij Valentijnsdag. Dus het is niet Valentijnsdag, waarom dan wel die kop, alhoewel deze al suggereert dat het dus niet die dag is? Ik moet u het antwoord schuldig blijven, op ideeën komen is makkelijk, de oorsprong achterhalen vaak schier onmogelijk. Dat het idee hierbij half af is, want ik heb enkel een kop, deert mij ook vrij weinig. Dat het hierbij dus niet om Valentijnsdag gaat, is trouwens niet zeker omdat ik niet weet waar mijn hersenspinsels mij leiden. Overigens dezelfde aanpak als bij mijn schilderwerk; een broertje dood aan concepten en grondig voorwerk, waag ik mij gelijk aan het doek met als beginnende streek bijna altijd een flauwe boog omhoog, van rechts naar links. Dat daar hele verschillende dingen uitkomen is een geluk want niets zo erg als schilderijen die verdacht veel op elkaar lijken. Het zou bijna een studie kunnen zijn! Een gruwel voor dit mens, die juist de impuls zo fijn vindt om op te gedijen. De impuls als beweging, zegmaar opkomende sneeuwklokjes en krokusjes uit een koude, grijsbruine grond. Als een muzieknummer die je voor het eerst hoort en waarbij je niet kan wachten om het nog zo’n tien keer te beluisteren. Het uiten van geestigheden als onbeheersbare impuls bezig ik ook graag. Natuurlijk probeer ik me te gedragen en dat kan ik ook wel. Bij de een gedraag ik me als vanzelf, bij de ander juist niet – afhankelijk van de relatie en de setting. Zo weldenkend ben ik nog wel, een ongeleid projectiel kun je me echt niet noemen. Gevoel voor decorum is er wel degelijk, of ik het ‘meeneem’ is een andere zaak.
Bij knappe mannen kan ik me ook uitstekend beheersen, ik waag me niet zomaar aan een knipoog, een obvieuze flirt danwel fysiek opdringerig worden. Niet dat complete beheersing noodzakelijk is, ik ben op het moment ongebonden oftewel ‘loslopend wild’, zoals sommige mannen plegen te zeggen. Natuurlijk laat ik de bezette knapperds sowieso met rust, evident – mijn geweten houdt me er vanaf. Inderdaad, ik ben gewetensvol. Doe ik toch iets verkeerds in dat opzicht, dan word ik geplaagd door schuldgevoel en het vooruitzicht van slecht karma. Meestal gaat het wel goed en zeker als het gaat om andermans bezit en andere vanzelfsprekendheden. Maar ik kan zelfs geplaagd worden door een licht schuldgevoel als ik incidenteel vergeet voorrang te verlenen aan andere fietsers danwel voetgangers, hoewel veel fietsende Amsterdammers weinig last van hun geweten lijken te hebben en erg nonchalant zijn met de verkeersregels. Hoezo voorrang? Als je een gelegenheid ziet, dan ga je toch gewoon? Ook al moet die auto ineens op de rem staan, wordt een meute wachtende fietsers gepasseerd in plaats van dat er achteraan wordt aangesloten, moeten fietsers afremmen omdat jij graag wilt inhalen en dat niet netjes doet. En ik gedraag me dus niet uit braafheid maar beschaafdheid, het is nogal een verschil. Dus dat ik me houd aan de eerste definitie van beschaafdheid is duidelijk: rekening houden met uw medemens. De tweede betekenis zit wel op de helling: gedragen naar ‘hoe het heurt’. Dan komt wel mijn recalcitrante trekje naar boven, maar ik denk dat dat voor bijna iedereen geldt. Dan kan er een impuls naar boven komen om ineens mijn Marco Bakker-stem op te zetten en een potje met vet te zingen, met Julie Andrews-stem Edelweiss te zingen, of iets anders waarvan mensen even verrast danwel meewarig van opkijken. Gelukkig zijn mijn impulsen niet destructief, dat scheelt een hoop ellende. Ik koop bijvoorbeeld niet zomaar een rode SMEG-koelkast of een splinternieuwe MacBookPro of een andere excessief iets. Dan ben ik wel van het spaarmodel. Mensen in elkaar slaan is ook niet mijn ding evenals dingen vernielen of witte poedertjes te snuiven. Drugs vind ik eng en vanzelfsprekend zijn de eerste dingen niet echt respectvol.
Concluderend is de constructieve impuls het meest gelukbevorderend, om het maar even wetenschappelijk te fraseren. Ook al is het geen Valentijnsdag meer.

Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

Een omelet

Daar lig je dan
Kwetsbaar in de pan
Te pruttelen
Omringd door rode tomaten
Je mooie gele kop geplet

Door een.. eh.. hè, hoe heet zo’n ding nou ook alweer?

Kent u dat? U bent bezig met een goed verhaal, of een geweldig gedicht. En ineens kunt u niet meer op een bepaald woord komen. U weet misschien de eerste letter, u kakelt naar uw omgeving dat u zoekt naar een woord dat begint met een ‘k’ met een omstandige uitleg van het begrip waar u naar op zoek bent op uw harde interne schijf.
‘Het klinkt als’, roept u ook nog wel eens, maar niemand begrijpt u. Of ze noemen net de verkeerde woorden. Zo’n vijf of tien minuten later weet u dan ineens het woord weer en u roept het luidkeels uit, vergezeld van een triomfantelijk ‘Ha hàà!’ om dan flauwe protestkreten te horen van uw gezelschap dat dat niet eens met een ‘k’ begint en ook niet klinkt als het woord wat u opgaf als vergelijkbaar.
Een nauwe zijstraat hiervan is de black-out in een prettig gesprek. Een dialoog die wat langs onderwerpen heen meandert, en dan ineens is er een moment dat men wordt afgeleid. ‘Waar hadden we het ook alweer over?’ vraagt de een, om de draad van het gesprek weer op te pakken. Gek genoeg kan de ander de draad dan ook even helemaal kwijt zijn (of deze was helemaal niet zo geïnteresseerd aan het luisteren als hij of zij voordeed) en noemt dan het onderwerp van veel eerder in het gesprek. U had het bijvoorbeeld eerst over schoonfamilie , die zich met kerst nogal misdroeg, met wat illustraties. Daarna verzuchtte u beide dat januari in dat opzicht best rustig was, daar ging u even heen-en-weren. Vervolgens werden voornemens bespot, voornamelijk het droogstaan. Geheel niet nodig als je niet zo vaak naar een drankje grijpt. Dit voornemen is ook meer iets voor mensen die moeite hebben om het te laten staan, vermoed ik. Van af en toe een drankje of twee, drie, raakt niemand vergiftigd me dunkt. Ik dwaal af. ‘Afdwalen is zegmaar echt mijn ding’ zou een goeie titel zijn voor een boek van mijn hand. Vervolgens heb je het over een lekker drankje, Tunel bijvoorbeeld. Een verdraaid lekker anijslikeurtje. ‘Takkensap’ heet het ook wel. Ik drink het amper, maar ken het wel. Dan zegt de ander dat die vooral verzot is op gestampte muisjes. De eerste persoon hoort ‘muisjes’ en begint een relaas over een nachtelijk voorval met een muis. De black-out volgt. ‘Waar hadden we het ook alweer over?’ vraagt de een. De ander denkt even na en zegt dan: ‘schoonfamilie’. Het overkomt mij nogal eens. Gelukkig weet ik vaak de weg weer terug te traceren of het me ineens te herinneren. Dat dan weer wel.

Nu heb ik dit stukje geschreven en ik weet nog steeds niet het woord voor dat ding waarmee je pannekoeken en eitjes en soms ook gebakken aardappeltjes mee omflappert. Geen pollepel, natuurlijk. Een panne.. – wacht, komt daar iets? Eennnnn…
Nog steeds blanco. Ik vraag het zoonlief.

Een spatel.






Geplaatst in Diversch | Een reactie plaatsen

De Zee

In een poging om mijn productiviteit op te schroeven naar hysterische hoogtes, ben ik een voornemen gestart om dan ook mijn blog wat vaker te bezoedelen met raaskallerij. Om dit voor elkaar te krijgen heb ik bedacht om, waar ik geen tijd heb voor uitgebreide teksten, dan maar uit te wijken naar truttige gedichtjes. Eens kijken hoe ik het op dat vlak doe. Natuurlijk, natuurlijk, ik heb al wat aanstellerige gedichten op dit blog geplaatst maar het kan natuurlijk nog wat erger. Ik kan allicht een poging wagen, me dunkt.

Alvast een excuus als het ergens op mocht lijken: dat is natuurlijk niet de bedoeling.

De Zee

 Je neemt me mee
Naar rust en vergetelheid
Je neemt me met je hoge golven mee
En dan is de wereld mij kwijt
Je neemt me mee

Ehm, ja dat is toch weer te dramatisch. Wel een mooie tragische toon maar absoluut niet truttig. Nog een poging, ik kan immers ook lullige sinterklaasgedichten maken. Niet met hoeken en zoeken en boeken maar wel flauwe grappen.


De Zee

Schelpen op het strand
Vanmiddag heb ik mij verbrand
Ik had me beter in moeten smeren
Wat vaker om moeten keren

Mijn nieuwe bikini maakte me blij
Ik voelde me jong, mooi en vrij
Ondanks de wat knellende bandjes
Van mijn bikinibroekje
De wat schurende randjes
Stoorden wel tijdens het lezen van mijn bouquetreeks-boekje

Ik vergat het geheel toen jij ineens verscheen
Met een charmante glimlach en bruin van been
Je hapte net wat groen ijs in je mond
En zei iets wat ik niet helemaal verstond
Je zwaaide met je ijsje
En noemde mij een heel mooi meisje 

Je zei dat ik wat rood op mijn schouders zag
En vroeg of je me insmeren mag
Natuurlijk zei ik nee
Maar dat ik wel met je wilde zwemmen in de zee
Even later smeerde je alsnog mijn rug in met zonnebrand
Toen mocht het wel, ook al was ik toen al verbrand 

Ik bood je een biscuitje aan
Meer had ik niet mee
Je hapte het gretig weg
En bleef de rest van de middag bij me, op het strand bij de zee

Ineens moest je weg
Maar niet zonder een vluchtige maar heerlijke kus op mijn mond
Je was de tijd compleet vergeten
Je keek droevig toen je opstond

Ik glimlachte en zei dat je me kon bellen
Je glimlach terug deed mijn hart versnellen
‘Dat beloof ik,’ zei je toen
En gaf me nog een zoen
Die duurde wat langer, dat was fijn
Ik wilde zo lang mogelijk bij je zijn
Je smaakte naar biscuitjes, en nog een klein beetje naar pistache-ijs
Toen ging je weg en verliet je ons tijdelijk paradijs

Schelpen in het zand
Mijn hart heb ik nu verpand
Dat is van jou, sinds vandaag op het strand

Goed, het kan erger, truttiger. Maar ik ben al een heel eind, vind ik zelf. En oefening baart kunst, dus we zetten het voort.

Geplaatst in Gebazel | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

Zoveel te doen – ik moet nog hinkstapspringen op de maan

Het is weer zover, ik raak weer wat duizelig door mijn to-do lijst, de onrealistische omvang van al mijn voornemens dit weekend, terwijl ik zo mijn best doe om te downsizen met taakjes en klusjes en ‘gewoon superleuke tijdverpozen’. Taakjes als het glas eens wegbrengen, klusjes als eindelijk het deurkozijn in een tweede lak zetten en de superleuke dingen – die ik het liefst dus wil doen. Het woord superleuk gebruik ik meestal pesterig omdat ik vlak na mijn afstuderen graag wat geld binnen wilde harken en dat dat goed kon met uitzendklusjes – die had je toen nog veel. Hoe ik namelijk mezelf in de markt moest posteren wist ik niet, daar krabde ik mij nog een tijdje wanhopig het hoofd over doordat ik geen enkele praktische kennis had meegekregen van de Rietveld academie omtrent de zakelijke kant van het kunstenaarsschap. Praktisch is ook niet een woord waarmee je de academie typeert. Dat het uitzendbureau me vaak belde met ‘ik heb een superleuke klus voor jou!’ is erg blijven hangen, omdat het natuurlijk een slijmerige verkoopzin was om een klus op je bord te mikken. Dus tja, ik kan het pesterig bedoelen en een vuilniszak voor je neus houden, of ik vind het daadwerkelijk echt heel erg leuk.

Overigens ben ik niet normaal niet van de superlatieven, door mijn half-Groningse achtergrond. En wellicht heb ik dit eerder genoemd, maar als ik naar een feestje ben geweest en ik zeg dat ik het ‘best gezellig’ vond, dan is het een erg geslaagde avond geweest. Het betekent dus wel wat als ik overhel naar superlatieven zoals superleuk. ‘Het was echt heel erg leuk’ komt voor, evenals  ‘heel erg grappig’ maar echt geen ‘geweldig’, ‘fantastisch’ of ‘inspirerend’ (dit woord maakt me overigens zelfs licht misselijk, zeker als het met ernstige overtuiging wordt uitgesproken). Opmerkingen die ik ook nooit gebruik zijn bijvoorbeeld ‘ik ben helemaal in de wolken!’, ‘ik heb er zo’n zin in!’ of in de categorie idolaat: ‘ik vind Peter echt een hele bijzondere man, zo open en zo’n prachtige energie’. Getverdemme.

Maar! de superleuke tijdverpozen -zonder ironie en opgetrokken wenkbrauw- zijn vaak niet noodzakelijk, voegen in de regel weinig toe (tenzij ik weer eens een monomane reorganisatie-slag in de rondte maak; geeft altijd een fijn en opgeruimd resultaat en een zeer voldaan gevoel) en zijn dus puur voor mijn eigen vermaak, zoals het schrijven van dit stukje tekst. Ook youtube-filmpjes komen voor, omdat de aankondigingen in de rechterkolom ook altijd nieuwsgierig maken en je die ook dan maar even nog gaat kijken en zo ‘niks’ je zo een uurtje vol.

Ik zigzagde vandaag van de ene categorie naar de andere, inclusief een dutje buiten in de tuin (zaterdag 7 april, de eerste echte warme lentedag) waarna ik verkwikt verder ging met al mijn dingen. Na het avondeten sta ik meestal op hold, dan vind ik het wel welletjes geweest met mijn todo-dingen. Enkel de was (kan lekker op de bank) danwel een breiwerk (ik omarm de oma in mij) komt nog voor, als ik thuis blijf.
Toch jammer dat ik dan wel vaak de keuken nog moet doen, daar zou ik nog steeds graag een butler* voor willen hebben. Desalniettemin heb ik het genoegen mogen meemaken om in plaats van de afwaskwast een schuursponsje te gebruiken om af te wassen en het geeft warempel wel wat plezier aan het klusje.

En ik zal je niet vervelen door te vertellen hoeveel ik uiteindelijk te doen heb, of met een gedetailleerde lijst op de proppen komen, hoewel ik die wel natuurlijk heb – fijn in categoriën opgesplitst. Wel de songtekst van Toontje Lager – dat Erik Mesie zoveel te doen heeft. Herkenbaar, uitgezonderd 008 bellen en girokaarten bestellen – dat doet niemand meer. Doet me gelijk melancholisch glimlachen en herinnert me aan mijn voornemen om oude muzieknummertjes op iTunes op te sporen, wat ik nu dus lekker ga doen!

Superleuk.

*Het noemen van een butler is nu zodanig vaak voor gekomen, dat ik het als een bevestiging zie dat ik die vast in een vorig leven heb gehad. Daar zal ik een andere keer verder op in gaan.


Zoveel te doen – Toontje Lager

M’n boodschappen nog doen 
En straks de vuile was 
M’n haar dat wil ik groen 
Maar dat kan morgen pas 
De huur nog overmaken 
En de tandarts zometeen 
Naar Valkenburg of Aken 
Waar moet ik dit jaar nou weer heen 
008 Bellen 
Had ik dat boek nou uit of niet 
Girokaarten bijbestellen 
Vergeet de vuilniszakken niet 
Die afspraak was veranderd 
En, oh, verrek, dat feest 
Naar de nieuwe van Fellini 
Ben ik gelukkig al geweest 
Ik ben geweest 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet de zon in Japan onder zien gaan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet het oerwoud eens in bloei zien staan 

Met m’n vriendin moet ik praten 
Over de rol van man en vrouw 
Sinterklaasgedichten maken 
Hoewel, het is pas juni nou 
De krant ligt nog te wachten 
Ik moet wat doen aan sport 
Slapeloze nachten 
Want de dagen zijn te kort 
Ze zijn te kort 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog eens wat jatten van een Italiaan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog zwemmen in de Stille Oceaan 

M’n bed moet ik verschonen 
Ik moet naar de WC 
Belastingformulieren 
Te laat zo’n week of twee 
Ik zou langs bij haar vanavond 
Of kwam ze nou bij mij 
M’n agenda moet ik bijhouden 
Maar ik heb te weinig tijd 
Te weinig tijd 

Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet nog hinkstapspringen op de maan 
Zoveel te doen 
Ik heb nog zoveel te doen 
Ik moet hier ooit nog eens vandaan 

Ik moet de zon in Japan onder zien gaan 
Ik moet het oerwoud eens in bloei zien staan 
Ik moet nog eens wat jatten van een Italiaan 
Ik moet nog zwemmen in de Stille Oceaan 
Ik moet nog hinkstapspringen op de maan 
Ik moet hier ooit nog eens vandaan

Geplaatst in Diversch, Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , , | Een reactie plaatsen

Dienamies

 

 

 


All is quiet 

On Newyears day

Iiiiiiiiiiiiiiiii 
Will be with you again

Iiiiiiiiiiiiiiiii 
Will be with you ahaha-gain

Tieeeeuw dieeeeeeeuw dieuw diediedieuuuuuuuwwwww

(U2, met wat voor nummertje ook alweer? New Years day? Of All is Quiet? Of I’ll be with you again? Of tieuw dieuw dieuw diediediwu?)

– Nieuwjaarsdag: zeg Woltjer, het is al 29 januari. Een beetje laat voor een nieuwjaarskickoff. Maar: het ís nog wel januari! En dan mag het. Vind ik.
En zo is het dan.

We doen net alsof we jong zijn, razende roeltjes, tijd staat aan onze kant, de wereld is van ons! Ook over 2018 roepen we: dienamies!!! – terwijl we door een kwezelig virus die ons als een vervelende stalker maar niet met rust laat, zo de eerste maand van het nieuwe jaar in strompelen. We ontkennen onze zwakte, roepen ‘broeva haro!’ en dan vinden wij onszelf vooral heel erg: dienamies!

I rest my case. (IJzersterk, ik weet het.)

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

Als ik maar (overweldigende zucht) van je mag houden

Zuchten, een fijne bedoening. Heb eerder ook weleens over variabelen gesproken, ik noem de gefrustreerde zucht en de weldadige zucht. Nu is er een ook nog een smartelijke zucht, waarin het dubbele gevoel van de zoete kwelling huist. De onbeantwoorde liefde, de prille interesse in de ander, vergezeld van wanhoop omdat signalen niet duidelijk zijn want alles kan op zoveel verschillende manieren worden bedoeld. Zegt het objêt de désire dat hij of zij het zo druk heeft – bij bijvoorbeeld een aanzetje voor een zogenaamd nonchalante uitnodiging om iets af te spreken – en legt deze omstandig uit waarom, wordt de blik naar links boven gericht: wat betekent dat? Heeft de persoon geen zin en legt deze daarom zo uitgebreid uit waarom het er niet van kan komen, of is het juist omdat deze persoon graag zou willen en de ander niet wil laten denken dat het een smoesje is? Dat daarom zo gedetailleerd wordt gesproken over de reden, de achtergrond.
En dat naar linksboven kijken, schijnt ook iets te zijn. Iets met de schrijfhand en of je iets bedenkt of herinnert. De blik naar boven, danwel naar de kant waarmee je niet schrijft, schijnt construerend te zijn. De blik de andere kant op, iets lager, geeft aan dat er aan iets wordt gedacht dat op onze harde schijf staat. Herinnering, planning, alle dingen die je al weet.

Het kan ook nog gebeuren dat mensen je buiten of in de kantoorwandelgangen voorbij lopen zonder een blik van herkenning en dus ook geen groet. Een welbekend fenomeen, het in gedachten verzonken zijn. Hoe lager de blik, hoe meer verzinking én hoe meer emotie. Herinner ik mij (inderdaad, er komt weer een terzijde) ineens een vrouwelijke voorbijganger waar ik mij kapot van schrok: haar blik was niet omlaag maar compleet naar binnen. Je kunt het een zombie-blik noemen, een catatonische staar, maar het was doodeng om te zien. Ik vermoed dat de vrouw geestelijk niet in orde was, ik zie zoiets nooit.
Afijn, terug naar het romantisch geneuzel. De smartelijke zuchten van verlangen, je kunt niet anders dan ze ondergaan. Je ontvangt misschien een leuk compliment van je begeerde object, ‘wat ben je toch geestig/slim/etc’ aangevuld met een scheef, klein en vooral compleet onweerstaanbaar glimlachje. Je glimlacht terug, bakvisserig, zwijmelig, je bewegingen zijn wat vertraagd, de hele wereld is even in slow-motion. (Vandaar dat je soms ook ergens tegenaan kunt knallen, in je beleving ben je nog niet zo dichtbij dingen als deuren etc). Als je weer alleen bent, volgt er zo’n diepe zucht. Een tikje beverig vanwege het fijne moment en dat het je even prettig van slag heeft gemaakt en vanwege het ingehouden verlangen.

Nu ben ik zelf niet zo voor onbeantwoorde liefde, hopeloos inefficiënt en vooral lullig als je in je eentje zit te bakvissen. Soms blijkt simpelweg dat de persoon in kwestie al een lief heeft, en zul je moeten afkicken tenzij je het niet als een belemmering ziet, maar juist meer als een uitdaging. Eens kijken hoeveel hij van zijn vriendin houdt, of zij van haar vriend. Niet mijn stijl, maar er zijn vast wel wat minder consciëntieuze mensen die hun verleidingstactieken dan toch inzetten. Misschien wordt het objêt de désire nog wel meer aantrekkelijker door hun aanhangsel.
Het kan natuurlijk ook zijn dat de gewenste relatie maatschappelijk not done is of ongelukkig uitgekozen. Een erg groot leeftijdsverschil, iemand kiezen uit een totaal ander milieu – wat natuurlijk best kan, maar zoiets kan ook botsingen geven, qua mentaliteit en ethos etcetera. Of je bent nog niet toe aan je coming out waardoor je verlangen niet zichtbaar is voor anderen. En ook een veelvoorkomende reden waarom mensen in hun smartelijk verlangen blijven hangen: te bang zijn om afgewezen te worden.
Of te verlegen om doortastend te zijn, wat meer te flirten, een move te maken.

Ik herinner mij een scène uit de film ‘Liever Verliefd’ van alweer wat jaren geleden, waarin Sander (Romijn Conen), een gevoelige pianist, die in de film al snel voor Anna valt (een rol van Miryanna van Reeden), eerst een onbeantwoord verlangen naar de danslerares (leuk gespeeld door Wendy van Dijk) heeft, waarvoor hij de kinderen met piano tijdens dansles begeleidt. Hij schrijft uiteindelijk een lied voor haar, de kinderen zingen mee. Op het moment dat hij het lied laat horen, staat helaas ook haar plots opgedoken vriend erbij. Een nogal ongelukkige timing. De laatste woorden ‘dat ik van je hou’ slikt hij bijna in, natuurlijk ook een erg pijnlijke situatie. Nou ja, daar moest ik aan denken toen ik de zin op typte ‘als ik maar van je mag houden’.

Als ik je maar even zou zien 
Een glimp, een flits, een seconde van de dag
Als ik je maar even zou zien
en ik terug naar je glimlachen mag
Dat je me nog even ziet, me herkent, en me groet
Dan is mijn dag weer helemaal goed

Als je even mijn naam noemt
Misschien slechts een enkele keer
Toch even je stem horen
Elke dag weer
Dat ik je zie, en ruik en …bijna voel
Dan ben jij precies wat ik bedoel

Als ik maar ik van je mag houden
Even maar, liefst voor altijd
Als je maar weet dat jij het voor mij bent
En dat ik mijn vingers voor je opensnijd
Dat ik voor je bloed, voor je huil en dat je al onder mijn huid zit
Jij bent mijn op mijn huid vastgekoekte bison kit
Ik pulk je niet weg, ik koester het plekje 
Beschouw het als mijn meest dierbare vlekje

Als ik maar met je mag sterven, 
Even maar, een kleine dood
Dan is mijn dankbaarheid en liefde
heel erg groot
Ik hoop dat er een moment komt waarop je me echt zult zien
En dat je me dan zachtjes kust, heel misschien..

Na deze kwijlerige bakvisserij, zou ik ook nog kunnen proberen om er daadwerkelijk een muzieknummer van te maken (piano of gitaar, beide kunnen beladen worden uitgevoerd). Ware het niet dat ik naast onzinnige liedjes ook nog serieuze taken heb om uit te voeren, die mogelijk leiden naar waanzinnig succes. Mocht dit niet geval zijn, dan kan ik terug vallen op mijn Staatsloterij-lot die mij mogelijk onmetelijke rijkdom toebedeeld. In dat geval – van onmetelijkheid – ga ik misschien wel proberen om de muziek-bizniz in te gaan om daar met een hitje onsterfelijk te worden. Wat wil een mens nou nog meer? Ha, een kerst-hitje! Als dat goed lukt, word je zelfs nog gecovered – hoe leuk is dat?! Misschien gooi ik gewoon in bovenstaande tekst een kerstbelletje, stop ik er een opzwepende vrolijke upbeat in en gil ik af en toe ‘christmaaaasss’ er door heen. U merkt het wel.

 

 

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , , | Een reactie plaatsen

The Big J Yoga Class

De mannen doen de ‘Vliegende Mummie’

In hip & healthy Amsterdam is weer een nieuwe yogaclub gesignaleerd, en wel een hele bijzondere, hoewel de vier heren waaruit de club bestaat dit tegenspreken.
“We zijn echt niet zo bijzonder, misschien enkel omdat we erg klein zijn. Qua club en onze fysieke gestalte,” merkt Big Jim op, de initiator van de yogaclub. Het is zaterdagochtend en hij is als eerste van het groepje aanwezig, dat bestaat uit Big Jim, Big Jeff, Big Joe en Big Jack. Is ‘Big’ een soort eretitel?
“Welnee, je kunt ons eerder een soort noemen. Dan ben je geen discriminateur, ik bedoel dat je ons zou kunnen categoriseren,” legt Big Jim uit. “Laten we wel wezen, de hokjesgeest blijft een menselijk trekje. De mens wil weten wie hij voor zich heeft, al vanuit de oertijd moest hij bepalen of het schepsel voor hem veilig of gevaarlijk was. Als je je vergiste, was je in het minst erge geval vijf kilo aan zweet verloren tijdens het rennen voor je leven danwel je hand kwijt omdat het schepsel toch niet aaibaar bleek en zomaar hap-slik-weg je hand liet verdwijnen. Best een shocker, natuurlijk, als dat gebeurde.”
Op de opmerking dat hij een beetje afdwaalt, reageert hij met een schuine grijns dat hij dat wel vaker hoort. “Ik hou nogal van zijstraatjes in die zin. Maar om terug te komen op je vraag: we zijn dus inderdaad de Big-vrienden. Het is zo enorm toevallig dat we allemaal namen hebben die met een ‘J’ beginnen, daarom vonden we het ook toepasselijk om onze yogaclub ‘Big J’ te noemen.”

De billen in de lucht voor de ‘Downing Dog’

De yogaclub bestaat sinds anderhalf jaar, per ongeluk ontstaan omdat de heren zich verveelden en iemand grapte om dan maar een potje yoga te gaan doen. Ze schakelden de buurvrouw in die wat wist van yogapositie’s, ze bekeken youtube-filmpjes, kochten wat matjes en binnen een mum van tijd deden ze elke zaterdagochtend aan yoga.

De ‘Golvende Zeehond’

 

“Geen enge bikram-yoga, hoor” stelt Big Jim gerust. “Die verschrikkelijke zweetpartijen staan ons niet aan, en ook niet dat je de ruimte niet uit mag gaan. Wat een onzin. Als een van ons wil pissen, dan gaat-ie gewoon even. Boeit ons niet.”
De heren doen de klassieke yoga en na een trits posities doen ze nog de kringdoop, die ze zelf erbij hebben bedacht. “Het is goed voor de verbinding tussen ons, we houden elkaars handen ook daarom vast. Big Jeff had er eerst wat moeite mee, vond het te wijvig en te klef maar we hebben hem toch weten over te halen. Inmiddels steekt hij als eerste zijn hand uit.”
Na afloop voelen de heren zich steeds totaal opgekikkerd en in een goeie hum.
“Kijk, je maakt je geest leeg. Het is een soort meditatieve staat die je aangaat met je lichaam. Een samenspel tussen lichaam en geest, als het ware.”

De ‘Blaffende Dolfijn’

Je kunt je wel aanmelden bij de heren, maar ze prefereren wel dat nieuwe deelnemers dezelfde fysieke grootte hebben, omdat het positioneren anders lastig wordt en de Big J’s zich ook niet meer zo ‘big’ voelen. Als buitenstaander vraag je je af waarom ze ‘big’ worden genoemd, terwijl ze niet groter zijn dan zo’n 25 centimeter en ook nog eens kleiner zijn dan Barbie en Ken. Ze hebben daar weleens moeite mee, geven ze toe.
Big Jack komt erbij staan en licht even wat meer toe: “We hebben allemaal weleens gezoend met een barbie, maar ze gaan vaak toch een beetje giechelen omdat ze het gek vinden dat we kleiner zijn. Heel irritant, eigenlijk. Maar ja, ze blijven bloedmooi en een Big J moet toch wat, hè?!”
“Ach, alle vrouwen zijn eigenlijk wel bloedirritant,” zegt Big Jeff dan ineens, die om de hoek is komen aanzwaaien. “Ben blij dat er geen wijven in ons clubje zitten, lijkt me helemaal niks.”
Het blijkt later dat Big Jeff in het algemeen nogal moeite heeft met vrouwen en de heren proberen hem onvermoeibaar duidelijk te maken dat hijzelf ook een grote factor is waardoor vrouwen vervelend tegen hem doen.

De kringdoop, een zeer gewaardeerd onderdeel van de Big J yoga class

Het is nu wachten op nummer vier, Big Joe, dan kunnen ze met hun yoga class beginnen. De fotograaf maakt alvast wat profielfoto’s* waarbij de heren ook nog graag in hun favoriete, verleidelijk gevonden pose worden vastgelegd. “Voor de dames,” knipoogt Big Jim. Dan komt eindelijk Big Jeff binnen. “Heren!” galmt hij met een zware stem door de ruimte, loopt met een geruisloze sluippas naar hen toe en neemt zijn positie in.
De heren zijn compleet, de yoga class gaat beginnen.

De heren – op dit moment allemaal single – stellen zich nog even voor, mochten er dames geïnteresseerd zijn dan kunnen ze mailen naar bigj@lilla.nl 

Big Jim (35), de initiator van de yogaclub. ‘Ik ben heel relaxed, soms iets te gemakzuchtig. Dol op spotlights, goede wijn en strandwandelingen met een spannende vrouw. Just love ouwe rock – the Kinks enzo, maar ook moderne en oude swingnummers, dan kun je me op de dansvloer vinden. Ik overdrijf soms een beetje met dingen, eigenlijk wel met alles. Soms is dat best charmant, vind ik zelf maar snap dat anderen daar wel eens moe van kunnen worden. Anderen vinden mij trouwens ook erg ijdel, maar ik heb erg mooi haar – daar kan ik ook niets aan doen, en dat moet goed zitten, net als mijn kleren. Piekfijn en van hoge kwaliteit! Zo’n yogaclub is just right up my alley, hoewel ik ook zin heb in een dansclub – denk aan jazzballet, maar ik denk dat de heren daar niet echt graag in mee zouden willen gaan. Soms vind ik dat ik een beetje op John Travolta lijk, die kon ook zo goed dansen! En ik hou dan van vrouwen, het zijn fascinerende wezens, ondoorgrondelijk en onweerstaanbaar.

Big Joe (41), yoga member: ‘Ik doe al jaren aan meditatie, yoga was eigenlijk een logische zijstraat. Als ik mediteer kan ik uitstekend mijn hoofd leegmaken – ik visualiseer dan dat ik een adelaar ben die over grote vlaktes heen scheert met zijn prachtige, grote vleugels. Over oceanen, bergen, woestijnen. Dan ben ik echt even helemaal weg, uitgetuned zegmaar. Op het moment heb ik geen vriendin, wel jammer. Ik ben erg van het verwennen, zeker als ik verliefd ben. Zo’n vrouw komt dan niet zo gauw meer weg, omdat ik haar overstelp met massages, onstuimige en uitgebreide vrijpartijen, cadeau’s en goede gesprekken bij het haardvuur. Ik hak overigens voor het haardvuur zelf het hout in blokken. Jawel, ik ben zeer goed in het hanteren van gereedschap. Verder vind ik jazz erg fijn om naar te luisteren en staar ik graag diepzinnig voor me uit.

Big Jeff (41): ‘Zo gek dat ik yoga leuk blijk te vinden, ben er eigenlijk helemaal geen type voor, vind ik. De mannen hebben me echt mee moeten trekken en ik ben helemaal om. En ik heb echt geen moeite met vrouwen an sich, een lekker wijf is altijd welkom in mijn bed. Ze moeten gewoon niet zoveel zeuren. Als ze gewoon niks zeggen, zijn ze best te doen. Wel vind ik vaak dat vrouwen zich qua mode er makkelijk van af maken, waar zijn die lekkere sexy stilettohakkken en fijne korte rokjes gebleven? En vrouwen, rode lipstick: niet doen! Het is sowieso irritant om lipstick te proeven als je dan gaat zoenen maar ik moet altijd denken aan een vogelverschrikker als ik het opgesmeerd zie bij een of ander wijf. Verder kijk ik graag naar allerlei soorten sport en haal ik graag allerlei apparaten uit elkaar die ik niet meer in elkaar kan zetten. Maar dan koop ik gewoon iets nieuws, boeit me niet.

Big Jack (38): ‘Ik denk dat ik van de heren het meest rustig ben. Het minst macho, zegmaar. Ik vind het vooral belangrijk wat een vrouw zelf wilt, wil niet zomaar mijn zin doordrukken. Ik hou van goede gesprekken, elkaar plagen en voor haar koken. Met veel van mijn exen heb ik nog een heel goed contact. Soms groei je uit elkaar, dat betekent echter niet dat een einde een drama moet zijn, en het einde van alles. Ik ben ook bij hen op kraamvisites geweest en mijn cadeautjes, die ik met zorg uitkies, worden altijd zeer enthousiast ontvangen. Bij een vrouw let ik vooral op haar ogen, op haar uitstraling. Er zijn weinig vrouwen die ik echt niet aantrekkelijk vind, zelfs vrouwen boven de zestig kunnen mij nog bekoren. Verder hou ik van literatuur, fotografie en bezig zijn met houtsnijwerk in meubels.

 

 

 

 

 

 

Geplaatst in Diversch | Tags: , , , , , , , , , | Een reactie plaatsen

What’s wrong with you?

Och och och.. dat hoor ik af en toe nog in mijn hoofd galmen. Niet dat ik denk dat er iets mis met mij is, welnee. Ik herinner me dan iemand van nog niet eens zo heel lang geleden, die er geen probleem in zag om mensen een flinke veeg uit de pan te geven, omdat er iets mis ging volgens deze persoon. Dit was dan altijd een schuldkwestie en lag bijna altijd bij de ander. Hij tegen de rest van de wereld. Ook de frase ‘three strikes and you‘re out!’ heeft me erg verbaasd. Deze manier van communiceren was ik als mens van nuance en redelijkheid, bovendien opgegroeid in het nuchtere Nederland, bepaald niet gewend. Dat dit persoon na een jaar tot mijn verleden behoorde, stemde me dan ook vol genoegen. Dat ik af en toe toch nog aan hem denk, komt door een ander geval die moeite heeft met het onderdrukken van impulsen en meningen en heeft bij geval van een afwijkende mening dan de zijne, gelijk wat hatelijke woorden klaar – want dan ben je tegen hem, ‘you’re a liar and a fake!’ Inderdaad: we hebben het hier natuurlijk over Trump.
Soms hoor ik de eerste weer ‘she’s just greedy, man!’ roepen, vol zelfmedelijden en een slachtofferig beschuldigende wijsvinger. Tja, ze lijken gewoon erg op elkaar. Beide alfa-mannetjes. Gorillabaasjes. De eerste is eigenlijk een Trump in het klein. Daarmee bedoel ik dat zijn territorium wat kleiner is, en tevens zijn geldbuidel. De ego’s gaan denk ik mooi gelijk op.

Om niet al teveel last te hebben van deze mannen (hoewel Trump bijna een soort soap-effect op mij heeft, elke dag even kijken wat er dan nu weer voor wanstaltigs is gezegd of gedaan, wie er nu weer is ontslagen of aangenomen, etc. etc.) roep ik voor de grap te pas en te onpas, waar het toepasbaar is: ‘it’s huuuuge!’  Ik wil Trump vooral als een karikatuur blijven zien, want anders maak ik me teveel zorgen over wat hij allemaal aan kan richten.

Het vingertje van Trump

Niet enkel in de VS, ook hierbuiten. Gelukkig kan die eerste niet zoveel kanten op als de Amerikaanse president. In het meest ongelukkige geval krijgt hij dit nog eens te lezen en is dan – natuurlijk – hevig verontwaardigd over de ‘leugens’. Hij zal me vast willen sewen, danwel schuimbekkend willen oreren tegen zijn gehele clientèle dat ik een greedy bitch ben, hij het altijd al heeft geweten, hangt totaal buiten proportie getrokken verhalen op en valt hiermee geheel in zijn slachtofferrol. Him against the world.
Nou, dan zeg ik hierbij maar even dat dit alles totaal fictief is, en overeenkomsten van personen totaal toevallig zijn en niet gebaseerd op werkelijkheid.
Fake, zegmaar.

 

Geplaatst in Raaskallen op niveau | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen

La Belle Dame Sans Merci

Ook gij Julian – ick zie u – mijn ooghen fixeren op uw straalend gelaat – nimmer zag ick zulcks blauwe kijkers – de bekoorlijckheid is te groot en mijn gulzigheid niet te onderdrukken – ow prachtig jongmensch met uw stoeren harnasch, doe mijn eenen pleizier en glimlach eensch. Zeker en vast zal dit mij eenen groot genoegen zijn – de wind laat ick verleidelijk door mijnen haren wapperen en ick laat zien hoe roze ende zacht mijnen lippen zijn – ick weet, u kunt nietsch andersch dan naar mij staren, gelijk eenen konijn in den val – en u wilt nietsch liever dan mijnen bekoorlijkheid en schoonheid omarmen, koesteren, bezitten – natuurlijck wilt u dat – u wilt geen kant opkunnen, u wilt gevangen worden door mijn vrouwelijcke schoonheid – koortsig verlangen naar uw handen door mijn lange rode lokken en uw lippen in mijnen halsch – kom maar – kom maar – en slaat uw armen om me heen, heel zachtjes – en wilt u dan wat voor mij doen? – U doet alles voor mij, toch? – Ik word lastiggevallen door een bruut met geen moreel kompasch, een kwezel die mij geen andere mannen meer gunt, een eierdooier die achter me aanloopt gelijck enen schoothondje – Zoudt u alstublieft mij kunnen beschermen tegen deze boosaardighe heer? Mij kunnen verlossen? – Zodat ik mij nog meer in uw brede, stercke schouders kan vleien en verlangend afwacht tot u mij in mijn vingertoppen bevredigt – O ja Julian, kom maar – wees niet bang – mijn liefde voor u duurt vast niet al te lang – – –

(Origineel gedicht van Keats, waarop het schilderij van Frank Bernard Dicksee werd geïnspireerd:

I met a lady in the meads,
Full beautiful—a faery’s child,
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

She took me to her elfin grot,
And there she wept, and sigh’d fill sore,
And there I shut her wild wild eyes
With kisses four.

I saw pale kings and princes too,
Pale warriors, death-pale were they all;
They cried—“La Belle Dame sans Merci
Hath thee in thrall!”)

 

Geplaatst in Gebazel | Tags: , , , , , | Een reactie plaatsen